1.1 Inleiding

versie: december 2020

Elk jaar stelt de Werkgroep Rassenonderzoek Suikerbieten in november/december de Aanbevelende Rassenlijst samen. Dit gebeurt aan de hand van de resultaten van het door het IRS uitgevoerde rassenonderzoek. Voor opname op de rassenlijst moeten de rassen minimaal drie jaar onderzocht zijn en de financiële opbrengst moet beter zijn dan het gemiddelde van de beste vier rassen op de bestaande lijst. Deze rassen worden dan ingedeeld in de N-rubriek (N = nieuw). De gegevens van de overige rassen op de rassenlijst zijn gebaseerd op de laatste vier jaar onderzoek en opgedeeld in de A-rubriek (A = aanbevolen) en B-rubriek (B = beperkt aanbevolen). In uitzonderlijke gevallen als een nieuw ras niet voldoet aan de eis voor financiële opbrengst, maar wel een bijzondere eigenschap heeft (resistentie of kwaliteit) of bijdraagt aan de genetische diversiteit, dan kan deze opgenomen worden in de B-rubriek.

De tabellen uit de rassenlijst worden door het IRS overgenomen in de Brochure Suikerbietenzaad (zie hoofd­stuk 1.6, Brochure Suikerbietenzaad) die het IRS voor Cosun Beet Company samenstelt voor de hoofdbestelling in december.

Om ervaring op te doen met in ontwikkeling zijnde rassen, is het mogelijk dat kweek­bedrijven zaad van twee jaar onderzochte rassen in het verkeer brengen. Dit mag tot een maximum van 1000 eenheden. Mede om telers op de hoogte te brengen van de potentiële mogelijkheden van deze rassen, worden ze vanaf 2017 in de Brochure Suikerbietenzaad opgenomen. Naast de gegevens uit de rassenlijst staan hierin nu dus ook de resul­taten behaald met rassen na twee jaar onderzoek en van rassen die drie jaar of langer zijn onder­zocht, maar niet toegelaten zijn op de Aanbevelende Rassenlijst.

Contactpersoon

Martijn Leijdekkers
Rassen / bewaring / interne kwaliteit

Mogelijk ook interessant