6.3 Invloed diverse herbiciden op bieten/vervanggewassen

Versie: januari 2021

6.3.1 Vervangende gewassen bij een mislukte teelt van bieten en andere gewassen

Bij het mislukken van een bietengewas kan het voor overzaaien te laat worden. Vooral welke (onkruid)bestrijdingsmiddelen zijn gebruikt, bepaalt het antwoord op de vraag ˈwelk ander gewas kan ik nu nog zaaien?ˈ. Hierbij spelen twee zaken een rol:

  1. welke middelen zijn toegepast;
  2. welke dosering is gebruikt.

Vanuit de Universiteit van Gent is het meeste onderzoek bekend over de mogelijkheden van de teelt van vervangende gewassen. De onderzoeksgegevens van 1979 tot en met 1996 zijn samengevat in ˈRecropˈ en die van 1997 tot en met 2000 in ˈRecrop 2001ˈ. Beide zijn uitgaven van het Ministerie van Middenstand en Landbouw van België en bevatten een gegevensbank over de werkingsduur van (bodem)herbiciden voor vervanggewassen. Hierbij is uitgegaan van een niet-kerende grondbewerking voorafgaande aan de zaai van de vervanggewassen. Een samenvatting uit het onderzoek over de invloed van bietenherbiciden op mogelijke volggewassen staat in tabel 6.3.1. De daarbij gebruikte codering is overgenomen uit Recrop:

A. veilig, normale opbrengst;

B. tijdelijk lichte groeischade of mogelijke opbrengstdaling van circa 10%;

C. blijvende groeischade (10-15%) en een mogelijke opbrengstdaling (circa 10-20%);

D. uitgesproken groeischade (15-35%) en opbrengstverlies (20-40%);

E. zware groeischade (35-80%) en opbrengstverlies (40-80%);

F. zeer zware groeischade en een opbrengstvermindering van >85%.

Tabel 6.3.1 Waardering van de effecten van enkele in bieten toegepaste middelen op de groei en opbrengst van gewassen die onmiddellijk na de mislukte teelt van bieten worden verbouwd na een niet-kerende grondbewerking (bron: Recrop 2001).

gewas middel en dosering (g a.s1/ha)
clopyralid

(o.a. Lontrel 100)

(200 g/ha)

metamitron

(o.a. Goltix SC)

(2.000 g/ha)

triflusulfuron-methyl

(Safari)

(30 g/ha)

ethofumesaat

(o.a. Tramat 500)

(1.000 g/ha)

clomazone

(Centium 360 CS)

(90 g/ha)

aardappel

bruine bonen

cichorei

erwt

Ital. raaigras

maïs

kool

schorseneren

sla

spinazie

stamslabonen

suikerbieten

vlas

witlof

wortelen

zaaiuien

zomergerst

zomerhaver

zomertarwe

E

E

E

F

A

B

A

F

F

C

F

B

B

F

F

D

B

A

B

A

B

F

C

D

C

D

D

F

E

C

A

E

F

E

F

D

D

E

B

B

D

C

D

C

D

B

E

E

B

C

C

D

C

D

B

B

B

D

B

2

D

B

C

D

C

D

C

C

B

D

D

B

B

F

F

F

A

B

B

B

B

B

A

A

C

B

C

B

B

B

A

B

B

B

B

1g a.s. = gram actieve stof.

2– = niet bekend.

Na de teelt van een ander (al dan niet mislukt) gewas, kan de teler zich afvragen of bieten het volggewas kunnen zijn. Dit hangt af van welke herbiciden zijn gespoten en in welke doseringen. Het probleem is hetzelfde wanneer per abuis in bieten een verkeerd middel is toegepast, dan speelt de vraag: kan ik nog bieten zaaien op dat perceel?

Een samenvatting van de gegevens uit de Belgische publicatie staat vermeld in tabel 6.3.2.

Bij toedieningstijdstip ˈnajaarˈ is het betreffende middel omstreeks half november toegediend en bij ˈvoorjaarˈ rond half maart. Circa vijf weken na de voorjaarstoepassingen zijn de bieten gezaaid. De in de tabel vermelde effecten kunnen minder zijn door voor het zaaien te ploegen.

Tabel 6.3.2 Waardering van het effect van niet-bietenherbiciden op de groei en opbrengst van bieten na een oppervlakkige niet-kerende grondbewerking.
Bron: Recrop 2001.

actieve stof toedieningstijdstip geteste dosering

(g a.s.1/ha)

product o.a. effect op bieten
herbiciden in aardappelen
pendimethalin voorjaar 1.250 Stomp 400 SC F
aclonifen voorjaar 3.000 Challenge D
prosulfocarb voorjaar 4.000 Boxer A
metribuzin voorjaar 250 Sencor SC E
rimsulfuron voorjaar 7,5 Titus D
herbiciden in granen
metsulfuron- voorjaar 6 Ally SX F
methyl
iodosulfuron voorjaar 2,5 in Atlantis, Hussar D
prosulfocarb najaar 4.000 Boxer B
florasulam voorjaar 5 Primus C
fluroxypyr voorjaar 200 Starane Top, Primstar D
fenoxaprop-P-ethyl voorjaar 66 Puma Extra A
pendimethalin najaar 1.250 Stomp 400 SC E
herbiciden in maïs
isoxaflutool voorjaar 120 Merlin F
iodosulfuron voorjaar 10 in Maïster F
nicosulfuron voorjaar 40 Milagro, Samson 4SC E
florasulam voorjaar 5 Primus C
fluroxypyr voorjaar 200 Starane Top, Primstar D
herbiciden in overige gewassen
propyzamide voorjaar 750 Kerb 50 W spuitpoeder C

1g a.s. = gram actieve stof.

Bij vragen over vervangende gewassen kunt u zich richten tot het IRS:

Sjef van der Heijden 0165-516098; mobiel 06-11759205

6.3.2 Schade aan bieten door middelen in voorgaande gewassen

Het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen in voorgaande gewassen kan in suikerbieten schade veroorzaken. In het kort bespreken we enkele gevallen.

6.3.2.1 Metribuzin (o.a. Sencor)

Na de teelt van aardappelen, waarin Sencor is gespoten, kan er soms schade aan bieten ont­staan. De schade treedt vooral op na opkomst van de bieten. De oudste bietenbladeren sterven af, beginnend aan de top. Wanneer de teler na de aardappelteelt niet ploegt, kan hij door een slechtere stand van de bieten soms een patroon van de aardappelruggen herkennen.

6.3.2.2 Propyzamide (o.a. Kerb)

Kerb wordt toegepast onder fruitbomen, in cichorei en witlof. Onder ongunstige (humus­arme grond en na een koude winter) omstandigheden kan schade optreden die u kunt herkennen aan stilstand van de groei en geelverkleuring van de bietenplanten.

6.3.2.3 Mesotrione (o.a. Callisto)

Callisto is een onkruidbestrijdingsmiddel in de maïsteelt. Door overdoseringen (bijvoorbeeld door overlapping) of bij het inzetten van de spuit, kan schade ontstaan in het volggewas bieten. Dit komt vooral voor als er geen kerende grondbewerking is uitgevoerd of als de pH te laag is. De bladeren van de jonge bietenplanten verkleuren van onder naar boven wit en de groei staat stil (figuur 6.3.1). Soms sterven de bieten af.

5-3-2-4 foto

Figuur 6.3.1 Witverkleuring in bieten door spuiten van Callisto in voorvrucht maïs.

6.3.3 Schade aan bieten door verontreiniging spuitapparatuur en verkeerd middelen­gebruik

Door een verkeerd gebruik van middelen, het overwaaien van middelen van naburige percelen of het onvoldoende reinigen van de spuitapparatuur kan schade aan een bietengewas ontstaan. Dit komt mogelijk door het verkeerd toepassen van de middelen genoemd onder paragraaf 6.3.2. Zo komt het nogal eens voor dat een teler in plaats van Safari door de bijna identieke verpakking Ally of Titus gebruikt. Bij foutief gebruik van de middelen is over­zaaien van bieten meestal niet mogelijk.

Door een verontreinigde tank kan soms ook schade aan bieten ontstaan. Bekende voorbeelden hiervan zijn Traton, Finy SG en Merlin. Deze middelen vragen extra aandacht bij de reiniging van de spuitapparatuur. Gebeurt dit niet goed, dan kunnen restanten van deze middelen schade veroorzaken.

In bepaalde formuleringen van bietenherbiciden zitten oplosmiddelen, onder andere in Astrix EC, die aanwezige restanten van herbiciden in de tank en leidingen kunnen oplossen. Ook hierdoor kunnen herbiciden in de spuitvloeistof terecht komen, die aanzienlijke schade veroorzaken.

Bij restanten gaat het vaak om nauwelijks meetbare hoeveelheden, dus hoeft u niet bang te zijn voor een nawerking via de bodem en kunt u zonder veel problemen overzaaien.

Ook ˈnormaalˈ middelengebruik kan onder bepaalde omstandigheden symptomen geven. Ethofumestaat bijvoorbeeld kan verkleving van de bladeren veroorzaken (figuur 6.3.2) en clomazone (Centium 360 CS) witverkleuring (figuur 6.3.3). Dit kost meestal geen opbrengst.

teelt4

Figuur 6.3.2 Verkleefde bladeren door ethofumesaat (o.a. Tramat 500).

Figuur 6.3.3 Witkleuring van bieten door bespuiting met Centium 360 CS.

Hierna volgt een korte omschrijving van enkele schadebeelden.

6.3.3.1 Fluroxypyr (Starane)

Een hoge dosering Starane verdragen de bieten niet. Een geringe concentratie Starane op de bieten vanuit een vervuilde tank of leidingen veroorzaakt gewasdrukking. De bladstelen van de oudste bladeren zijn hierbij wat langgerekt (figuur 6.3.4).

C:\Users\wilting.IRS\Downloads\IRS_proef-Kollumerwaard-spuitfout-16.jpg

Figuur 6.3.4 Langgerekte bladstelen van de oudste bladeren door tankverontreiniging met Starane.

6.3.3.2 Glyfosaat (Roundup)

Soms wordt in plaats van olie per ongeluk glyfosaat in de LDS-combinatie gedaan. Indien de bieten dit overleven, ver­oorzaakt het een zeer sterke gewasdrukking (figuur 6.3.5). De oudste bladeren sterven af. Sommige planten gaan dood. Vanuit de bladpunten van de volgroeide bladeren verkleuren de bladeren knalgeel/oranje.

Elma 30 juni 2011 077 Elma 30 juni 2011 084

Figuur 6.3.5 Sterke gewasdrukking door 0,5 liter per hectare Roundup in LDS (in plaats van olie).

6.3.3.3 Groeistoffen (diverse producten en merken)

Als u groeistoffen op een bietengewas spuit, kunnen bij een zware dosering planten afsterven.

Wind kan soms lichte concentraties groeistoffen een behoorlijke afstand verplaatsen. Komen suikerbieten in aanraking met een geringe dosering groeistoffen, dan kunnen sterk vervormde bladeren het gevolg zijn (figuur 6.3.6). Deze vervorming gaat soms zo ver dat de bladsteel het volledige groeipunt omsluit, waardoor de bladeren op rabarber gaan lijken. In een later stadium kan het groeipunt zijwaarts uit de steel breken. De schade door vervormde bladeren valt bijna altijd mee.

teelt3

Figuur 6.3.6 Groeistofschade.

6.3.3.4 Isoxaflutool (Merlin)

Er zijn enkele gevallen bekend waarbij Merlin ernstige schade in suikerbieten veroorzaakte. In alle gevallen was dit na toepassing van Merlin in maïs in combinatie met Dual Gold 960 EC en in bijna alle gevallen wanneer de spuitvloeistof één of meerdere nachten in de tank is blijven staan. Schade is te voorkomen door een klaargemaakte spuitoplossing direct te verspuiten en de apparatuur met de daarvoor geëigende middelen te reinigen.

6.3.3.5 Mesosulfuron-methyl/iodosulfuron-methyl-natrium (o.a. Atlantis OD)

Atlantis OD wordt toegepast in wintertarwe, winterrogge, triticale en spelt.

Door het niet goed reinigen van de tank en/of spuitdoppen kan schade aan bieten ontstaan. Bij lichte vervuiling uit zich dit in puntverbranding, waar de bieten uiteindelijk doorheen groeien (figuur 6.3.7).

herbicide_neveneffect-81

Figuur 6.3.7 Schade door tankverontreiniging met Atlantis OD.

6.3.3.6 Metsulfuron-methyl (o.a. Ally SX)

Als Ally SX een bietenplant raakt en dat geldt ook voor andere sulfonylureas (zoals Titus, maar met uitzondering van Safari), stopt de groei (figuur 6.3.8, 6.3.9 en 6.3.10). In ernstige gevallen sterft de biet, maar vaak kunnen de plantjes blijven leven. Hierbij blijven ze klein en gedrongen, de zogenaamde Bonsaibietjes.

Na gebruik Ally SX de apparatuur grondig reinigen volgens voorschrift (zie etiket).

tankverontStaraneAlly

Figuur 6.3.8 Effect Ally SX + Starane Top in augustus (niet gereinigde tank na bespuiting in gerst).

Figuur 6.3.9 Schade aan bieten door tankverontreiniging met Ally SX.

In dit geval herstelden de bieten zich uiteindelijk.

Elma 30 juni 2011 038

Figuur 6.3.10 Effect van 15 gram per hectare Ally SX in plaats van Safari in LDS.

6.3.3.7 Pyroxulam/florasulam (Capri Twin)

Capri Twin is een in wintertarwe, winterrogge, triticale en spelt toegelaten onkruid-bestrijdingsmiddel. Door tankverontreiniging kan schade ontstaan (figuur 6.3.11). De groei van de bieten staat dan een aantal weken stil (figuur 6.3.12). Daarna treedt herstel in. De opbrengstderving kan aanzienlijk zijn. De schade lijkt veel op die veroorzaakt door Ally SX.

C:\Users\wilting.IRS\Downloads\herbicide_neveneffect-107.jpg

Figuur 6.3.11 Blaadjes aangetast door tankverontreiniging met Capri Twin.

Het blad wordt bros en knapperig.

Figuur 6.3.12 Deze door tankverontreiniging met Capri Twin aangetaste bieten overleefden uiteindelijk wel.

6.3.3.8 Rimsulfuron (Titus)

Een geringe hoeveelheid Titus veroorzaakt een vrij sterke groeivertraging en een zwartver­kleuring van de aanwezige vaatbundels. De bietenplanten kunnen zich vrij goed herstellen door de vorming van nieuwe vaatbundels aan de buitenrand van de bieten (zie figuren 6.3.13 en 6.3.14). Er ontstaat bij veel bieten veelkoppigheid en veel opbrengstderving (figuur 6.3.15).

488

Figuur 6.3.13 Zwartverkleuring van de vaatbundels, veroorzaakt door een geringe hoeveelheid Titus.

Figuur 6.3.14 Effect Titus (20 g/ha) in een LDS.

herbicide_neveneffect-102

Figuur 6.3.15 Veelkoppigheid veroorzaakt door een geringe hoeveelheid Titus.

6.3.3.9 Mesotrione (o.a. Callisto)

Callisto is een onkruidbestrijdingsmiddel in de maïsteelt. De bladeren van de jonge bie­tenplanten verkleuren van onder naar boven wit en de groei staat stil (figuur 6.3.16). Soms sterven bieten af.

1585

Figuur 6.3.16 Bieten aangetast door mesotrione (Callisto) door overwaaien tijdens bespuiting in maïs.

6.3.3.10 Metribuzin (o.a. Sencor)

Een geringe hoeveelheid Sencor geeft flinke gewasdrukking (figuur 6.3.17), waarbij witverkleuring en afsterving vanaf de top van de oudste bladeren plaatsvindt (figuur 6.3.18). Uiteindelijk herstelt het gewas zich, maar het kost wel opbrengst.

herbicide_neveneffect-100

Figuur 6.3.17 Symptomen tankverontreiniging metribuzin

herbicide_neveneffect-101

Figuur 6.3.18 Aangetaste bieten door tankverontreiniging door metribuzin.

6.3 Invloed diverse herbiciden op bieten/vervanggewassen

Contactpersoon

Sjef van der Heijden
Onkruidbeheersing / techniek

Mogelijk ook interessant