3.5 Overzaaien of niet overzaaien

versie: maart 2020

De opkomstperiode is elk jaar opnieuw een spannende aangelegenheid. Tel regelmatig de opkomst en beoordeel de regelmaat van de stand van de bieten. Om eventuele verschillen in zaaimachine-elementen te constateren, gaat men als volgt te werk: zet diagonaalsgewijs op het perceel een aantal telstroken uit van tien meter rijlengte en het aantal rijen van de gebruikte zaaimachine. Het gemiddeld aantal planten per tien meter rij vermenigvuldigd met 2000 geeft het plantaantal per hectare. Doe dit tijdens de opkomst om de dag en daarna wekelijks. Men krijgt dan een betrouwbaar beeld van de standdichtheid en weet of er nog planten bijkomen of juist planten wegvallen. Hierbij kan de temperatuursom als leidraad dienen.

Temperatuursom = som van (dagelijkse gemiddelde etmaaltemperatuur – 3) vanaf zaaien, waarbij negatieve waarden niet worden meegeteld

Gemiddeld is de 50%-opkomst bereikt bij 90 graaddagen. Bij een gemiddelde etmaaltempe­ra­tuur van 12°C is de opkomst na 90/(12-3) = 10 dagen.

Met behulp van de applicatie ˈ(Over)zaai, opkomst en groeiˈ kan iedereen zijn of haar eigen zaaidatum invoeren en laten berekenen wanneer de opkomst- en groeipuntsdatum bereikt worden.

Behalve het plantaantal per hectare speelt ook de plantverdeling een belangrijke rol. Met een plantaantal van 40.000 à 50.000 per hectare kan nog een redelijke opbrengst per hectare worden

gehaald, als deze planten regelmatig over het veld verdeeld zijn. Men moet dan ook niet te snel tot overzaaien besluiten. Wanneer de verwachte hogere opbrengst bij overzaaien alleen als surplussuiker (tegen wereldmarktprijs) kan worden afgezet, is overzaaien nog minder zinvol. De extra kosten bedragen, afhankelijk van de keuze van het zaaizaad, de grondbewerking en de onkruidbestrijding, 200 tot 350 euro per hectare. Vooral wanneer laat wordt overge­zaaid, is er sprake van een korte groeiperiode met als gevolg een aanzienlijke opbrengstderving. Bij de afweging overzaaien of niet overzaaien, dient men naar de oorzaak van de slechte opkomst te kijken en na te gaan of er nog kansen op herstel zijn.

Wanneer er te ondiep gezaaid is en er daardoor zaden nog niet gekiemd zijn, kan na regen nog wel herstel optreden. Wanneer er sprake is van vreterij, moet men nagaan of aan dit uitdun­ningsproces al een einde is gekomen of niet. Bij nachtvorst-, hagel- en stuifschade moet worden nagegaan of het groeipunt wel of niet dood is. Zo niet, dan zijn er nog kansen op herstel. Als er sprake is van een harde, droge korst treedt er vaak na regen en hoge temperatuur een verbete­ring op in de opkomst. De korst moet dan niet al te dik zijn. Als men besluit om de korst mechanisch te breken, dan moet dit ˈs ochtends vroeg gebeuren met een lage rijsnelheid. Er zijn verschillende mogelijkheden om dit te doen. Volveldsrollen met cambridgerollen of gladde rollen raden we af. De drukverschillen over de werkbreedte zouden plantjes kunnen beschadigen op plekken met hoge druk of geen effect hebben op plekken waar de korst niet geraakt wordt. Dieptewiel­tjes (Farmflexbandjes) van schoffelapparatuur kunnen redelijk goed werk leveren.

De beste uitvoering van korstbreekapparatuur bij een proef in 1992 is te zien op figuur 3.5.1. De pijl geeft het element aan. Het bestond uit een velg van een kruiwagenwiel met daarop stukken hoekijzer gelast.

Goede praktijkervaringen zijn er ook met de elementen van de zaaimachine, waarbij het kouter is verwijderd. Tevens zijn er ook ervaringen opgedaan met een wiedeg. Dit heeft een positief effect zolang de korst niet te dik is.

Als de groei van de bieten reeds zover is dat de eerste bieten reeds boven staan, is men eigen­lijk te laat. Een vrij groot gedeelte van de plantjes zit dan waarschijnlijk al in de korst en zal een bewerking niet overleven. Is men er wat vroeger bij, de planten staan nog niet boven en de grootste planten zitten nog onder in plaats van in de korst, dan kan het voordelig zijn om de korst te breken. Pas er wel voor op dat de korst niet gaat schuiven maar alleen breekt, zeker als de kiemen al in of tegen de korst zitten. Een schuivende korst kan de bieten die erin vastzitten afbreken. Dit is enigszins te regelen door de druk op de wieltjes en de rijsnelheid te variëren. Een stukje proberen met een bepaalde afstelling en dan controleren is de beste werkwijze. Een beregening van circa 15 mm met een niet te grove druppel kan het bietenplantje ook net door de korst helpen. Hierover staat meer informatie in paragraaf 4.15.1.

teeltmap fig 13

Figuur 3.5.1 Verschillende uitvoeringen van apparatuur om een korst te breken. Bij een proef in 1992 gaf het aangegeven element de beste resultaten; veel haarscheuren in de korst zonder beschadiging van de kiemplantjes.

De beslissing tot het al of niet overzaaien, moet men niet onnodig lang uitstellen. Hierbij moet men rekening houden met het zaaitijdeffect en onderscheid maken of het perceel in de Flevo­polders of elders ligt. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat bieten op gronden in de Flevo­polders meer kunnen compenseren. Overzaaien na 26 mei of bij plantaantallen boven de aantal­len die zijn genoemd in tabel 3.5.1, is niet rendabel. Wanneer bijvoorbeeld op 8 april is gezaaid en op 28 april wordt overwogen om over te zaaien, dan is het kritieke plantaantal 40.000 per hectare. Voor de Flevopoldergronden geldt dat het kritische plantaantal, ongeacht de zaaidatum en overzaaidatum, ruim 10.000 planten per hectare lager is dan genoemd in tabel 3.5.1 Dit is bepaald op basis van PPO-agv-onderzoek en berekening met SUMO. Is het plantaantal op dat moment hoger, dan is het niet rendabel om over te zaaien.

Tabel 3.5.1 Maximaal aantal planten per hectare (×1000) waarbij overzaaien nog rendabel is bij verschillende combinaties van zaai- en overzaaidata. Uitgangspunten voor de onder­liggende berekeningen zijn: een gemiddelde bietenopbrengst van 87 ton per hectare en een suikergehalte van 17% bij een zaaidatum van 9 april; kosten van overzaai 275 euro per hectare, een bietenprijs van 35 euro per ton en geen surplus­bieten. Voor een speci­fie­kere berekening wordt verwezen naar het teeltbegeleidingsprogramma de applicatie ˈhttps://www.irs.nl/applicatie-zaai-opkomst-groei/ˈ.

 overzaaidatum
zaaidatum 11/3 15/3 19/3 23/3 27/3 31/3 4/4 8/4 12/4 16/4 20/4 24/4 28/4 2/5 6/5 10/5 14/5 18/5 22/5 26/5 30/5
3/3 54 53 51 50 49 45 43 41 39 36 34
7/3 54 52 50 48 46 44 42 39 37 35 32
11/3 53 51 49 47 45 42 40 38 35 33 31
15/3 52 50 48 46 44 41 39 36 34 31 29
19/3 52 50 47 45 42 40 37 35 32 30 27
23/3 51 49 46 44 41 38 36 33 30 28
27/3 51 48 45 43 40 37 34 32 29 26
31/3 50 47 44 41 38 36 33 30 27
4/4 49 46 43 40 37 34 31 28
8/4 48 45 42 39 36 33 30 26
12/4 48 44 41 38 34 31 28
16/4 47 43 40 36 33 29 26
20/4 46 42 38 35 31 28
24/4 45 41 37 33 30 26
28/4 44 40 36 32 28
2/5 43 39 34 30 26
6/5 42 37 33 28
10/5 41 36 31 26

(Bron: IRS – Groeimodel SUMO en teeltbegeleidingsprogramma Betakwik; PPO-agv: A.L. Smit, 1986: Overzaaien van bieten).

Contactpersoon

André van Valen
Bodem / bemesting / zaaien / grondbewerking

Mogelijk ook interessant