3.4 Zaaiafstand en standdichtheid

versie: maart 2021

Uit onderzoek van het IRS in de jaren 1997, 1998 en 1999 bleek dat de standdichtheid in het traject van 55.000 tot 105.000 planten per hectare niet van grote invloed is op de suiker- en wortelopbrengst en, bij de toen geldende bieten- en zaadprijs, op het saldo van de bietenteelt (zie tabel 3.4.1). Met een bietenprijs van 35 euro en een bie­ten­zaadprijs van 220 euro per eenheid is het saldo anno 2020 berekend.

Tabel 3.4.1 Plantaantal, wortelopbrengst, suikergehalte, suikeropbrengst, grondtarra en saldo per zaaiafstand. Gemiddelden van acht proeven in de periode 1997-1999, uitgedrukt in verhoudingsgetallen, waarbij de uitkomst bij 84.000 planten/ha = 100

zaai-

afstand

(cm)

plantaantal

(1000/ha)

wortel-

opbrengst

suiker-

gehalte

suiker-

opbrengst

grond-

tarra

fin

opbr

2019

saldo

2019

38,6

26,0

19,7

15,9

13,3

11,1

43

65

84

105

125

142

96

100

100

97

98

93

98

99

100

99

100

101

94

99

100

98

98

94

83

93

100

107

117

123

92

98

100

96

98

94

97

101

100

93

92

85

Bij hogere plantaantallen daalt de externe kwaliteit (grondtarra neemt toe) en stijgt de interne kwaliteit (suikergehalte). De wortelopbrengst, suikeropbrengst en het saldo bereiken de hoogste waarden tussen de 62.000 en 84.000 planten per hectare. Op basis van de huidige verrekening is het saldo licht verschoven; de lagere kosten voor zaaizaad leiden op basis van de acht proeven tot een iets hoger saldo bij een zaaiafstand van 26 centimeter. Het saldo wordt ook beïnvloedt door de verschillende opkomstpercentages in de proeven.

Om het optimum te bepalen zijn van alle behandelingen uit het bovengenoemde onderzoek de berekende saldoˈs uitgezet tegen de plantaantallen (figuur 3.4.1). Het optimum lag bij ongeveer 72.500 planten per hectare. Voor zand- en dalgrond lag het optimum iets hoger.


Figuur 3.4.1
De relatie tussen het saldo als verhoudingsgetal en het plantaantal.

Op basis van dit onderzoek en van ervaringen in de praktijk is het algemene advies: streef naar een homogeen plantbestand tussen 70.000 en 90.000 per hectare. Het gewenste aantal planten verschilt per perceel binnen de aangegeven range. Factoren die hierop van invloed zijn:

  • zaaitijdstip. Bij vroege zaai zal het advies iets hoger liggen dan bij late zaai;
  • perceelsomstandigheden. Weet een teler welke veldopkomst hij kan verwachten, dan kan het advies daarop worden aangepast. Als dat niet goed te voorspellen is (bijvoorbeeld als het niet zijn eigen grond is), dan zal voor de zekerheid een plantaantal in de bovenste range van het advies gekozen moeten worden;
  • onkruiddruk, bladbedekking. Op percelen met een hoge onkruiddruk is een hoger plant­aantal gewenst;
  • risicoˈs van insectenschade (o.a. door voorvrucht). Deze kan invloed hebben op wegval van planten (bijvoorbeeld door emeltenschade na een graszaadteelt). Streef in die gevallen een hoger plantaantal na;
  • weersomstandigheden voor en na de zaai en zaaibedkwaliteit. Bij ongunstige omstandig­heden een hoger plantaantal nastreven dan bij gunstige omstandigheden.

De benodigde zaaiafstand is te berekenen met de formule:

zaaiafstand = 20.000 × verwachte veldopkomst (%) / gewenst plantaantal.

Wanneer men zeker is van een gebruikelijke veldopkomst (80% of hoger), kan met een zaaiafstand van 23 cm een plantaantal van 70.000 behaald worden. Is de verwachte veldopkomst lager (70%) en wil de teler een plantaantal van 80.000 planten, dan zal hij een zaaiafstand van 18 cm moeten gebruiken. Het is echter altijd beter om de oorzaken voor een lage veldopkomst weg te nemen dan om de lage veldopkomst te compenseren door nauwer te zaaien. In het laatste geval zal het gewas onregelmatiger zijn en meer gaten vertonen.

 

Contactpersoon

André van Valen
Bodem / bemesting / zaaien / grondbewerking

Mogelijk ook interessant