Rassenonderzoek 2000 Cultuur- en gebruikswaarde van suikerbietenrassen

IRS en PPO-agv voeren het cultuur- en gebruikswaardeonderzoek (CGO) van suikerbietenrassen in Nederland uit. Afhankelijk van het doeleinde van een ras worden proefvelden aangelegd. Er zijn verschillende segmenten waarin de rassen onderverdeeld kunnen worden: rassen zonder specifieke resistentie; bietencysteaatjesresistentie; rhizomanieresistentie; rhizoctoniaresistentie, cercosporaresistentie en rassen die grondtarra moeten beperken. Uit de rassenproeven in 2000 bleek dat er geen significante verschillen waren tussen ras en plantaantal. Bij rassen met meervoudige resistentie zijn er ook nog enkele die problemen hebben met een goed opkomst. Op een proefveld met kunstmatige infectie van cercospora blijkt dat de mate van aantasting, ook bij de resitente rassen, toch vrij hoog kan oplopen. De cercosporaresistente rassen gaven wel een hogere suikeropbrengst dan gevoelige rassen, vooral veroorzaakt door een hogere wortelopbrengst. Het percentage blinkers in rassen met rhizomanieresistentie was voor de ‘nieuwere’ rassen <1.

Rassenonderzoek 2000 Cultuur- en gebruikswaarde van suikerbietenrassen
Uitgelicht: Rassenonderzoek 2000 Cultuur- en gebruikswaarde van suikerbietenrassen

Contactpersoon

Mogelijk ook interessant