Rassenonderzoek 2000 Cultuur- en gebruikswaarde van suikerbietenrassen Pagina printen

zondag 1 juli 2001

IRS en PPO-agv voeren het cultuur- en gebruikswaardeonderzoek (CGO) van suikerbietenrassen in Nederland uit. Afhankelijk van het doeleinde van een ras worden proefvelden aangelegd. Er zijn verschillende segmenten waarin de rassen onderverdeeld kunnen worden: rassen zonder specifieke resistentie; bietencysteaatjesresistentie; rhizomanieresistentie; rhizoctoniaresistentie, cercosporaresistentie en rassen die grondtarra moeten beperken. Uit de rassenproeven in 2000 bleek dat er geen significante verschillen waren tussen ras en plantaantal. Bij rassen met meervoudige resistentie zijn er ook nog enkele die problemen hebben met een goed opkomst. Op een proefveld met kunstmatige infectie van cercospora blijkt dat de mate van aantasting, ook bij de resitente rassen, toch vrij hoog kan oplopen. De cercosporaresistente rassen gaven wel een hogere suikeropbrengst dan gevoelige rassen, vooral veroorzaakt door een hogere wortelopbrengst. Het percentage blinkers in rassen met rhizomanieresistentie was voor de 'nieuwere' rassen <1.

Contact: Jan Wevers
Uitgave: IRS Jaarverslag 2000

Publicatie:

« Terug naar publicaties

Toelatingssituatie

De lijst van in suikerbieten toegelaten gewasbeschermingsmiddelen is geactualiseerd en is te raadplegen op onder andere de IRS-site: www.irs.nl/toelatingssituatie. Deze lijst wordt geactualiseerd door de BO Akkerbouw.  

Leren van de Gewichts- en kwaliteitsopgave

De gegevens die iedere teler na levering van de bieten toegestuurd krijgt kan eveneens nuttige informatie bevatten over de teelt van het afgelopen seizoen. Grote verschillen in kwaliteitscijfers tussen de geleverde vrachten kunnen duiden op een heterogeen perceel of haarden van ziekten en plagen. In dit bericht zijn links naar meer informatie te vinden over de belangrijkste oorzaken van een slechte bietenkwaliteit en eventuele verbetermaatregelen.