Bietenpulp 2002 Toepasbaarheid van bietenpulp in ad libitum-diëten voor zeugen Pagina printen

dinsdag 1 juli 2003

Het ad libitum verstrekken van vezelrijke en weinig energie bevattende ruwvoeders beperkt de energieopname door fysische verzadiging. Hierbij wordt de mestproductie verhoogd. Uit eerder onderzoek bleek dat bietenpulp, een vezelrijk en energierijk voer, de vrijwillige opname aanzienlijk beperkt. Het succes van een toepassing van een hoog gehalte (>50%) bietenpulp in het rantsoen, hangt af van een aantal factoren. In dit project wordt gekeken naar: de nutriëntafgifte van bietenpulp, de aanwezigheid van stikstof en fosfor voor een optimale microbiële fermentatie en hoe een mengsel van een rantsoen met bietenpulp en aanvullend krachtvoer mechanisch gemengd kan worden. Op basis van de kortketenige vetzuurproductie tijdens de fermentatie blijkt bietenperspulp bij ad libitum voerverstrekking een goed ruwvoer dat de zeugen verzadigd. Uit literatuurgegevens wordt verondersteld dat meer dan 25 g stikstof en 3-5 g fosfor per kg bietenpulp in de vorm van respectievelijk peptiden en fytaat nodig is voor een optimale fermentatie. Implementatie van een voerrobot gaat vooralsnog gepaard met hoge kosten. In 2003 wordt onderzocht of het systeem in een andere vorm tegen gereduceerde kosten wel geïnstalleerd en gebruikt kan worden.

Contact: Monique Kaemmerer
Uitgave: IRS Jaarverslag 2002

Publicatie:

« Terug naar publicaties