Hoe en waarom invert in suikerbieten laag te houden Pagina printen

donderdag 11 december 2014

Een laag invertgehalte in suikerbieten is het beste voor een goede verwerkingskwaliteit in de suikerfabriek. Sinds 2012 wordt in het bietenlaboratorium van alle bietenmonsters het invertgehalte bepaald. Hierdoor wordt meer inzicht verkregen in de interne bietenkwaliteit en technologische verwerkbaarheid van de bietenleveringen. Het invertgehalte in bieten loopt op als bieten door vorst zijn aangetast, als rotte of sterk beschadigde bieten in de bewaarhoop zitten of als de temperatuur in de bewaarhoop te hoog is (> 8°C). Daarnaast verhogen ook loofresten het invertgehalte. De teler kan het invertgehalte laag houden door te kiezen voor de juiste teeltmaatregelen en resistenties, door toe te zien op goed rooiwerk met weinig beschadigingen en tarra en door gerichte aandacht te hebben voor bewaring.

Contact: Martijn Leijdekkers
Gelegenheid: Suikerbieteninformatiedagen 9 en 10 december 2014

Publicatie:

« Terug naar publicaties

Toelatingssituatie

De lijst van in suikerbieten toegelaten gewasbeschermingsmiddelen is geactualiseerd en is te raadplegen op onder andere de IRS-site: www.irs.nl/toelatingssituatie. Deze lijst wordt geactualiseerd door de BO Akkerbouw.  

Leren van de Gewichts- en kwaliteitsopgave

De gegevens die iedere teler na levering van de bieten toegestuurd krijgt kan eveneens nuttige informatie bevatten over de teelt van het afgelopen seizoen. Grote verschillen in kwaliteitscijfers tussen de geleverde vrachten kunnen duiden op een heterogeen perceel of haarden van ziekten en plagen. In dit bericht zijn links naar meer informatie te vinden over de belangrijkste oorzaken van een slechte bietenkwaliteit en eventuele verbetermaatregelen.