Bieten zaaien: doe het in 1x goed Pagina printen

donderdag 7 maart 2019

Het zaaien van suikerbieten is precisiewerk. Waarbij het doel is dat u het zaad zo regelmatig mogelijk over het perceel verdeelt én op de juiste diepte plaatst. Dan kunnen alle zaden kiemen en uitgroeien tot grote bieten in een gelijkmatig bietengewas. Goed op een aantal details bij de zaaibedbereiding en het zaaien letten, vergroot de kans op een uniform gewas. Een uniform gewas is een belangrijke pijler onder een hoge opbrengst en is nodig om in het najaar te kunnen rooien met minimale verliezen.

Bereid een goed, egaal zaaibed
Goed zaaien begint met een goed zaaibed. De kwaliteit van het zaaibed is bepalend voor de opkomst. Als belangrijkste uitgangspunt voor een goed zaaibed geldt altijd dat het vlak en over de gehele werkbreedte even diep moet zijn. Gebruik bij het klaarleggen van het zaaibed een zo laag mogelijke bandenspanning (0,4 bar of lager). Om verslemping en/of winderosie tegen te gaan, moet de grond bovenop niet te fijn liggen. Een goed zaaibed bestaat uit een egale laag van ongeveer 2-3 cm enigszins droge en goed verkruimelde grond. Daaronder bevindt zich een vlakke, bezakte of iets aangedrukte, vochtige bouwvoor, waarop men de bieten zaait. Ook op lichte gronden is het belangrijk om de bouwvoor na de hoofdgrondbewerking weer aan te drukken. Op deze gronden is het nodig om bovenop de grond grof te laten liggen om stuiven tegen te gaan.

Dek het zaad goed af
Zorg voor voldoende losse grond om het bietenzaad af te dekken. Zaad dat niet of onvoldoende afgedekt is, kiemt slechter en komt slechter op. Bovendien heeft het een grotere kans om door muizen opgegeten te worden. Dit geldt ook voor percelen met niet kerende grondbewerking. Maak het zaaibed pas klaar als het perceel daarvoor geschikt (voldoende droog) is en in zo weinig mogelijk werkgangen, het liefst één werkgang. Zorg op kleigronden dat het zaaibed niet te grof ligt, dit vinden slakken fijn en zullen daardoor meer kiemplanten opeten.

Voorkom bodemverdichting in voorjaar
Voorkom insporing en daardoor verdichting en/of versmering van de grond onder het zaaibed. Dit veroorzaakt een onregelmatig gewas, kost opbrengst en geeft extra rooiverliezen. Controleer daarom vooraf met de spade of de bouwvoor voldoende droog is om een goed zaaibed te maken zonder verdichting. Meer informatie kunt u vinden in de flyer 'Bodemverdichting verminderen in het voorjaar'.

Leg zaden in vochtige grond

Bij een goed zaaibed kunt u het zaad op de vochtige, aangedrukte grond zaaien (links). Dit leidt tot een goede opkomst, ook bij een droge periode na het zaaien. Bij een te diep zaaibed gevolgd door te ondiep zaaien (zonder regelmatige controle) is het vrijwel onmogelijk om een vlotte en homogene opkomst te krijgen. Bij drie weken droog weer na het zaaien is de opkomst nul, totdat er regen komt. Uit gegevensanalyse van het SUSY-project blijkt dat het zaaien in vochtige/vaste grond een bepalende factor is. Bij de toptelers lagen meer zaden in de vochtige grond en waren de opkomst en de gewasregelmaat beter dan bij de middentelers. Leg dus hier de basis voor een goede suikeropbrengst.

Zaai niet dieper dan circa 2 cm
Zaai echter ook niet dieper dan nodig! Door onnodig diep te zaaien is het kiemende bietenplantje langer in een kwetsbare fase voor bodemschimmels en is de schade door vraat van bodeminsecten groter. De ideale zaaidiepte voor bieten is circa 2 cm. Het zaaibed moet zo klaargelegd worden dat de zaden op die diepte in de aangedrukte, vochtige grond liggen (zie foto).


Foto. Zaai niet dieper dan nodig is om het zaadje in de vochtige grond te leggen. Het plantje rechts is veel langer onderweg en door het lange hypocotyl (pijl) veel gevoeliger voor kiemplantschimmels en bodeminsecten.

Regelmatige controle is nodig voor perfect zaaiwerk
Controleer voor het zaaien de zaaikouters, deze moeten scherp zijn (zie foto).

Foto. Links een scherp zaaikouter met de kenmerkende druppel- of Y-vorm. Rechts een versleten zaaikouter, deze kunt u beter vervangen.

Controleer tijdens het zaaien zeer regelmatig:

  • zaadjes in de vochtige grond liggen;
  • of de kouters niet verstopt zijn;
  • of de voorraad in de zaadbakken voldoende is.

Controleer bij de eerste rondgangen:

  • de zaaiafstand (nameten in de zaaivoor). De zaaiafstand moet voldoende zijn om met de verwachte veldopkomst 70.000 tot 90.000 planten per hectare te halen. Bij een veldopkomst van 80% zal de afstand 20 cm moeten zijn;
  • de zaaidiepte. De zaadjes moeten in de vochtige (aangedrukte) grond liggen en allen goed bedekt zijn met losse grond;
  • de afstelling van de markeurs of instelling van de gps. De afstand tussen de sluitrijen van twee gangen moet gelijk aan de afstand van de rijen zijn. In de meeste gevallen is dit 50 cm. Controleer (ook bij het gebruik van gps) of dit overeenkomt.


Foto. Regelmatige controle is nodig voor perfect zaaiwerk.

Teeltvrije zone afhankelijk van middelen
Let bij het zaaien op de verplichte teeltvrije zone. Mogelijk dat enkele middelen die u later in het seizoen wilt gebruiken, extra eisen stellen aan de breedte van de teeltvrije zone. Die eisen kunt u terugvinden in het wettelijk gebruiksvoorschrift van de middelen op www.ctgb.nl.

Contact: Bram Hanse

« Terug naar nieuws

Bladluiswaarschuwingskaart

De bladluiskaart geeft inzicht in de overschrijding van schadedrempels op bietenpercelen in Nederland. Doel hiervan is schade door vergelingsziekte te beperken. Klik op de kaart om de pagina te openen.
Wordt de kaart niet goed weergegeven, klik dan op deze link.

GewasBeschermingsBulletin suikerbieten

De voorlichtingsboodschap gewasbescherming suikerbieten 2019 is als bijlage bij Cosun Magazine verschenen. Hij is ook dynamisch op de site en in de IRS-app. Als pdf is hij ook beschikbaar. 

Toelatingssituatie

De lijst van in suikerbieten toegelaten gewasbeschermingsmiddelen is geactualiseerd en is te raadplegen op onder andere de IRS-site: www.irs.nl/toelatingssituatie. Deze lijst wordt geactualiseerd door de BO Akkerbouw.