Bestrijding cercospora lukt alleen met speciale aandacht Pagina printen

woensdag 20 juni 2018

Van cercospora is al 15 jaar bekend dat deze bladschimmel resistentie kan ontwikkelen tegen de in de bestrijding gebruikte actieve stoffen. In het beheersingsadvies wordt er daarom altijd een stukje over resistentiemanagement vermeld (ondermeer in de teelthandleiding paragraaf 10.4.1 en 10.4.7). Ook in Nederland moet rekening worden gehouden met resistente en minder gevoelige isolaten van cercospora. Afgelopen winter zijn 28 isolaten onderzocht op resistentie en gevoeligheid voor de gebruikte middelen.

Resistentie
Van de 28 isolaten uit 2000 (1), 2015 (8), 2016 (1) en 2017 (18) bleken er 23 resistent voor strobilurines. Dit betekent dat de strobilurines (pyraclostrobine in Retengo Plust en trifloxystrobine in Sphere) niet veel bijdragen in de beheersing van deze cercospora-isolaten. Wanneer er dus cercospora gevonden wordt op een perceel kan er voor de eerste bespuiting dus beter gekozen worden voor een middel dat geen strobilurine bevat (zoals Spyrale, Opus Team, Difure Pro of Borgi).

Verminderde gevoeligheid
Dezelfde isolaten zijn ook onderzocht op gevoeligheid voor triazolen. Hieruit bleek dat 41% van de isolaten minder gevoelig was voor zowel difenoconazool (Spyrale, Borgi, Difure Pro), cyproconazool (Sphere) als epoxiconazool (Retengo Plust, Opus Team). Dit kan de beheersing van cercospora veel moeilijker maken, zeker als er niet bij de allereerste vlekjes een bespuiting wordt uitgevoerd. Tevens zijn er voor elke geteste triazool, maar het meest voor cyproconazool, isolaten gevonden met een zeer hoge mate van verminderde gevoeligheid. Buitenlandse collega’s vonden in hun onderzoek dat deze isolaten ook in resistente rassen moeilijk te beheersen zijn.

Bestrijdingsadvies cercospora
Omdat we niet weten welk isolaat op welk perceel te vinden is, is het advies om bij de allereerste cercospora-aantasting een bespuiting uit te voeren met Opus Team, Spyrale of Difure Pro en wekelijks te blijven controleren of de vlekjes zich uitbreiden. Is dat het geval, dan kan er tijdig een tweede bespuiting volgen met een ander middel dan bij de eerste bespuiting. Wissel middelen bij vervolgbespuitingen ook af tussen de verschillende groepen. Wanneer er naast cercospora ook stemphylium op het perceel voorkomt, dan is bij de eerste bespuiting, de keuze voor Spyrale de meest voor de handliggende. Herkennen van de bladschimmel die de vlekjes veroorzaakt is dus cruciaal voor een goede bladschimmelbeheersing.


Cercospora kan minder gevoelig voor triazolen en resistent voor strobilurines worden. Dit vraagt extra aandacht bij de bestrijding van cercospora.

Contact: Bram Hanse

« Terug naar nieuws

Leren van de Gewichts- en kwaliteitsopgave

De gegevens die iedere teler na levering van de bieten toegestuurd krijgt kan eveneens nuttige informatie bevatten over de teelt van het afgelopen seizoen. Grote verschillen in kwaliteitscijfers tussen de geleverde vrachten kunnen duiden op een heterogeen perceel of haarden van ziekten en plagen. In dit bericht zijn links naar meer informatie te vinden over de belangrijkste oorzaken van een slechte bietenkwaliteit en eventuele verbetermaatregelen.

Toelatingssituatie

Een actuele lijst van in suikerbieten toegelaten gewasbeschermingsmiddelen is te raadplegen op onder andere de IRS-site: www.irs.nl/toelatingssituatie. Deze lijst wordt geactualiseerd door de BO Akkerbouw.