Insecten Pagina printen

BODEMINSECTEN
Aardappelstengelboorder
Bietenkevertje
Emelt
Miljoen- en wortelduizendpoot
Springstaart (ondergrondse)
Ritnaald

BOVENGRONDSE INSECTEN
Aardvlo
Bietenkevertje
Bietenvlieg
Bladluis
Rups
Springstaart (bovengrondse)
Trips
Wants

Insecten

Diverse bovengrondse insecten en bodeminsecten kunnen de bieten aantasten.
Bodeminsecten veroorzaken vooral plantweg- val. Schade door bovengrondse insecten is divers. Zo kunnen aardvlooien gaatjes maken in kiembladeren en kunnen bladluizen virussen overbrengen.

BODEMINSECTEN

Schade door ondergrondse insecten kunt u beheersen door te kiezen voor pillenzaad met Force (10 g tefluthrin). Dit middel werkt alleen tegen de insecten die de suikerbiet ondergronds aantasten en heeft geen effect op bovengrondse insecten (zie tabel 1).

In figuur 1 is te zien in welke gebieden pillenzaad met Force geadviseerd wordt. Op percelen met een zware druk van bodemin- secten kan de werking van Force onvoldoen- de zijn. Om een goede werking van Force te hebben, adviseren wij om niet dieper dan 2 tot 2,5 cm te zaaien in vochtige grond. In een los zaaibed kunnen  bodeminsecten meer schade veroorzaken dan in een vast zaaibed. Schade kan beperkt worden door het zaaibed licht aan te drukken.

Indien op een perceel de schadedrempels van stengelaaltjes, wortelknobbelaaltjes of trichodoriden worden overschreden en Vydate 10G in de zaaivoor wordt toegepast, dan kan worden overwogen om Force achterwege te laten, alhoewel de werking van Vydate 10G op bodeminsecten onder droge omstandigheden tegen kan vallen.

Achterwege laten kan niet op percelen waar ook ritnaalden en/of emelten aanwezig zijn en percelen met een zwaardere druk van bodeminsecten.

Meer informatie over bodeminsecten vindt u ook in het bodemplagenschema (www.irs.nl/ bodemplagenschema).

Figuur 1 In gebieden met de rode kleur is het advies om Force (pillenzaad met insecticiden) te kiezen in verband met bodeminsecten zoals bietenkevertjes, wortelduizendpoten, miljoenpoten en/of springstaarten. In gebieden met een witte kleur is Force alleen maar te adviseren indien er schade door ritnaalden en/of emelten verwacht wordt

Tabel 1 Werking Force (10g tefluthrin/eenheid zaad) en Vydate 10G (15 kg/ha) op de belangrijkste bovengrondse insecten en bodeminsecten. Force werkt het beste als er niet dieper dan 2 tot 2,5 cm gezaaid wordt. Vydate 10G werkt het beste in een vochtig zaaibed.

 

Tabel 5 Insecticiden, werkzame stoffen, doseringen en toepassingsvoorwaarden, die zijn toegelaten in de bietenteelt. Van 15 april tot en met 13 augustus 2020 heeft Batavia een vrijstelling in suikerbieten. Van 22 mei tot en met 18 september 2020 heeft ook Closer een vrijstelling in suikerbieten. Kijk voor een actueel overzicht in de teelthandleiding

Aardappelstengelboorder

Aantasting door de aardappelstengelboorder kenmerkt zich door vraatgangen in de wortel in de buurt van slootkanten, waardoor planten kunnen wegvallen. Tot het achtbladstadium kunnen ze schade doen. Zodra er aantasting is, pas dan op dat deel van het perceel Sumicidin Super toe.

Bietenkevertje

Bietenkevertjes (2 mm lang) vreten aan de wortels en de stengel, waardoor kleine ronde gaatjes of vlekjes ontstaan en planten kunnen wegvallen (figuur 2). Ze komen voor op zavel-, klei- en lössgronden en veroorzaken de meeste schade op percelen biet-op-biet of biet-naast-biet. Ze kunnen zich over circa 30 meter verplaatsen van het perceel van vorig jaar naar het nieuw ingezaaide perceel.

Ondergrondse schade is te beperken door bietenzaad met Force te gebruiken. Zodra temperaturen boven 15°C komen, dan kunnen vluchten van bietenkevers worden waargenomen. Zie ook bietenkevers bij bovengrondse insecten.


Figuur 2 
Een bietenkever (2 mm lang) op een bietenwortel. Ze kunnen plantwegval veroorzaken. 

Emelt

Emelten veroorzaken vraatschade aan kiemplanten met als gevolg plantweg- val. Pillenzaad met Force geeft wel enige, maar onvoldoende bescherming. Vydate 10G in de zaaivoor heeft een aanvullende, maar slechts redelijke werking. Probeer dus te voorkomen dat er grasachtigen op het perceel staan wanneer de langpootmug haar eieren afzet (zie www.irs.nl/bodemplagenschema).

Miljoen- en wortelduizendpoot

Op zwaardere klei- of lössgronden met veel humus kunnen miljoen- en wortelduizendpoten schade veroorzaken aan jonge bietenplanten. Schade treedt vooral op bij percelen met een los zaaibed, bij diep zaaien en een trage opkomst. Pillenzaad met Force beperkt schade.

Ondergrondse springstaarten

Ondergrondse springstaarten (ca. 1 tot 1,5 mm lang) vreten aan het kiemende zaad en veroorzaken daardoor langgerekte vraat- plekken aan de kiemwortel (figuur 3 en 4). Hierdoor vallen planten weg of gaan krullen, waardoor ze niet meer opkomen. Ze komen vooral voor op zavel- en kleigronden. Schade treedt met name op bij percelen met een los zaaibed, weinig organische stof, bij diep zaaien en een trage opkomst. Het advies is dus om zaaien uit te stellen onder koude omstandigheden, het zaaibed licht aan te drukken, niet te diep te zaaien (ca. 2 tot 2,5 cm) in vochtige grond en eventueel direct na zaaien te rollen. Na een gras- groenbemester is de populatie hoger dan na bladrammenas. Pillenzaad met Force beperkt schade.

Figuur 3 en 4 Springstaarten (1 tot 1,5 mm lang; boven) veroorzaken zeer veel, kleine vraatgaatjes op wortels en ondergrondse stengel (onder).

Ritnaald

Ritnaalden komen vooral voor op gescheurd grasland in het tweede jaar na het scheuren en kunnen stengels en wortels van jonge bieten tot het vier- tot zesbladstadium doorbijten. Door een halve aardappel 20 cm in de grond in te graven en twee weken later weer op te graven, krijgt u inzicht of u schade kunt verwachten. Dit is het geval als boorgaten van ritnaalden in deze aardappel zichtbaar zijn. Pillenzaad met Force beperkt schade.

BOVENGRONDSE INSECTEN

Diverse bovengrondse insecten spelen een rol in de bietenteelt. Veruit de allerbelang- rijkste is de groene perzikluis, omdat die vergelingsziekte kan overbrengen dat tot wel 50% schade kan veroorzaken (zie ook virussen). Het is daarom het advies om de beheersing van bovengrondse insecten volledig af te stemmen op de beheersing van groene perzikluizen en terughoudend te zijn met het gebruik van pyrethroïden; dus niet ingrijpen bij een klein beetje aantasting door bijvoorbeeld aardvlooien, tripsen en boven- grondse springstaarten, maar pas als schade gaat ontstaan. Gebruik van pyrethroïden heeft een negatief effect op natuurlijke vijanden en kunnen zelfs de aantallen groene perzikluizen doen oplopen en daarmee vergelingsziekte verergeren. Natuurlijke vijanden worden namelijk gedood, terwijl groene perzikluizen niet geraakt worden.

Hierna kunt u meer lezen over de insecten, de schadedrempels en de manieren om ze te bestrijden. In tabel 5 vindt u een overzicht van de toegelaten insecticiden in de bietenteelt.

Aardvlo

Dit kevertje vreet kleine gaatjes in de kiembladeren en in de eerste echte bladeren van de bietenplant. Bestrijden om schade te voorkomen is meestal niet nodig. Echter, planten kunnen wel gevoeliger zijn voor herbiciden.

Bietenkevertje

Bietenkevertjes (2 mm lang) vreten aan de bladranden tot aan het zesbladstadium. Ze komen voor op zavel-, klei- en lössgronden en veroorzaken de meeste schade op percelen biet-op-biet of biet-naast-biet.

Zodra temperaturen boven 15 °C komen, kunnen vluchten van bietenkevers worden waargenomen. Bariard en Calypso hebben enige werking op deze bovengrondse bietenkevers als de luchtvochtigheid tijdens de bespuiting hoger is dan 90%, omdat de kevers zich dan boven de grond bevinden. Bij een lagere luchtvochtigheid zitten de kevers vaak verscholen in de grond en heeft een bespuiting minder effect.

Figuur 5 Het bietenkevertje veroorzaakt kleine ronde vraatplekken aan de bladranden.

Bietenvlieg

De bietenvlieg komt op alle grondsoorten voor, maar veroorzaakt met name schade in de kustprovincies. De larve van de bietenvlieg veroorzaakt mineergangen in het blad. De bietenvlieg heeft drie generaties per jaar. De eerste generatie veroorzaakt de meeste schade. In tabel 2 staat de bestrijdingsdrem- pel weergegeven. Ingrijpen is alleen renda- bel op het moment dat de larven uit de eieren komen. Voor de eerste generatie is dit meestal in de 2e of 3e week van mei. Daarna is een bespuiting van de eerste generatie niet meer aan te raden. De 2e en 3e genera- tie van de bietenvlieg vinden plaats begin juni en eind augustus. Ingrijpen is alleen rendabel als er meer eieren op een plant zitten dan het kwadraat van het aantal bladeren. In gebieden waar vergelingsziekte wordt verwacht, kan ingrijpen met pyrethroïden tegen de bietenvlieg leiden tot meer vergelingsziekte en kan het daarom verstandig zijn om een bespuiting achterwege te laten tegen de bietenvlieg ondanks dat de schadedrempel overschreden wordt.

Tabel 2 Schadedrempel voor insecticide bespuitingen tegen bietenvlieglarven in de eerste generatie.

Bestrijding van de tweede en derde generatie is zelden rendabel. Een gezonde biet kan namelijk tot 30% van zijn bladoppervlak missen.


Figuur 6
Mineergangen in een kiemblad. Bestrijding is pas rendabel als de schadedrempel wordt overschreden.

 

Bladluis

De zwarte bonenluis veroorzaakt zuigschade aan bieten, terwijl de groene perzikluis en de sjalottenluis vergelingsziekte kunnen overbrengen. Een bespuiting is pas zinvol als de bestrijdingsdrempels worden overschreden (tabel 3 en 4). Daarom is wekelijks bladluizen tellen in een perceel essentieel. Houd hiervoor ook de bladluiswaarschuwingsdienst in de gaten. Een bespuiting tegen groene bladluizen kan worden uitgevoerd met Teppeki, Batavia, Bariard of Calypso. Vanwege verminderde gevoeligheid van groene perzikluizen voor Pirimor, wordt Pirimor afgeraden voor de beheersing van groene luizen. Zwarte bonenluizen zijn wel te bestrijden met Pirimor. Teppeki, Batavia en Pirimor sparen meer natuurlijke vijanden dan Bariard en Calypso. Teppeki mag alleen maar worden toegepast van het 4 tot 10 bladstadium (tot uiterlijk 1 juni) om elk risico op overschrijding van de MRL te voorkomen. Pirimor heeft een dampwerking en werkt vooral bij temperaturen hoger dan 20°C. Pyrethroïden hebben geen enkel effect op de groene bladluizen, omdat deze verstopt zitten aan de onderkant van de bladeren. Deze middelen kunnen de groei van de populatie zelfs bevorderen. Bovendien zijn veel populaties groene perzikluizen verminderd gevoelig voor pyrethroïden. Gebruik deze middelen dus zo min mogelijk in de bietenteelt, ook voor de beheersing van andere insecten. Insecticiden breken sneller af bij warm en zonnig weer en daarom is het aan te bevelen om in de avonduren een bestrijding uit te voeren met veel water.


Figuur 7
Volwassen groene perzikluis met twee jongen. Vaak zijn ze aan de onderzijde van de bladeren te vinden.

Tabel 3 Bestrijdingsdrempels zwarte bonenluis


Tabel 4 Bestrijdingsdrempels groene bladluis


Rups

In de zomer kunnen verschillende soorten rupsen aan de bladeren vreten. Bestrijding is mogelijk met deltamethrin, maar is pas nodig wanneer 30% van het bladoppervlak dreigt te worden weggevreten en is daardoor zelden rendabel.

Springstaart (bovengrondse)

Bovengrondse springstaart veroorzaakt schraapvraat en kleine gaatjes aan kiembla- deren en eerste echte bladeren (figuur 8). Hierdoor kunnen er kleine bladmisvormingen ontstaan. Bestrijden om schade te voorko- men is meestal niet nodig. Echter, planten kunnen wel gevoeliger zijn voor herbiciden.


Figuur 8
Bovengrondse springstaarten veroorzaken kleine vraatgaatjes midden in de bladeren. Volwassenen zijn zwart van kleur en lijken op zwarte bonenluizen. 


Figuur 9
Larven van de bovengrondse springstaart zijn geel van kleur en lijken op bladluizen. Ze springen weg bij aanraken, iets wat bladluizen niet doen

Trips

Tripsen veroorzaken aantasting aan kiemplanten en planten in het tweebladstadium. Dit gebeurt met name op kleigronden bij droog en schraal weer op percelen met vlas of erwten als voorvrucht. Bestrijding is mogelijk met Batavia, deltamethrin (diverse merken), Karate Zeon, Ninja of Sumicidin Super. De voorkeur gaat uit naar Batavia, omdat dit middel natuurlijke vijanden spaart. 

Wants

In de buurt van bomen of singels kan schade door wantsen voorkomen. Als ze jonge planten aanprikken kan meerkoppigheid ontstaan. Bij oudere planten ontstaan vaak gele bladtoppen. Bestrijden is niet mogelijk.

Bladschimmelwaarschuwing

De rode gebieden zijn gewaarschuwd door de bladschimmelwaarschuwingsdienst. Klik op het gebied om de waarschuwing te lezen. Klik hier om de kaart te openen.
Meer informatie over bladschimmels vindt u ook op de bladschimmelpagina

Infectiewaarden cercospora

Klik op de kaart om de pagina te openen.
Wordt de kaart niet goed weergegeven, klik dan op deze link.

 

Cichorei

Naast de suikerbietenteelt is het IRS ook actief in onderzoek en voorlichting voor de cichoreiteelt. Het onderzoek is onder andere gericht op de onkruidbestrijding, rassen en zaadkwaliteit. Alle informatie over de cichoreiteelt, zoals actuele berichten en teeltinformatie, is te vinden op www.cichorei.nl.

Jaarverslag IRS 2019

Jaarlijks stelt het IRS een verslag op waarin het onderzoek van het suikerbieteninstituut wordt beschreven. Het verslag is voor iedereen beschikbaar op de site van het IRS. DWe nodigen u graag uit om het verslag te lezen, maar willen uw nieuwsgierigheid vast prikkelen met een video met enkele belangrijke punten uit het onderzoek van 2019. 

GewasBeschermingsBulletin suikerbieten

De voorlichtingsboodschap gewasbescherming suikerbieten 2020 is als bijlage bij Cosun Magazine verschenen. Hij is ook dynamisch op de site en in de IRS-app. Als pdf is hij ook beschikbaar. 

Toelatingssituatie

De lijst van in suikerbieten toegelaten gewasbeschermingsmiddelen is geactualiseerd en is te raadplegen op onder andere de IRS-site: www.irs.nl/toelatingssituatie. Deze lijst wordt geactualiseerd door de BO Akkerbouw.