Insecten Pagina printen

Aardappelstengelboorder
Aardvlo
Bietenkevertje
Bietenvlieg
Bladluis
Emelt
Miljoen- en wortelduizendpoot
Ritnaald
Rups
Springstaart (bovengrondse)
Springstaart (ondergrondse)
Trips
Wants

Insecten

Door het verbod op het gebruik van neonicotinoïden in de bietenteelt sinds 19 december 2018, vraagt de beheersing van insecten een totaal andere aanpak. Diverse insecten kunnen de bieten aantasten. Het is alleen nodig in te grijpen als dit tot schade leidt. Hieronder kunt u meer lezen over de insecten, de schadedrempels en de manieren om ze te bestrijden. Meer informatie over insecten vindt u ook in het bodemplagenschema (www.irs.nl/bodemplagenschema). Bij de nieuwe aanpak is terughoudendheid met het gebruik van pyrethroïden gewenst; dus niet ingrijpen met een klein beetje aantasting, maar wel indien schade gaat ontstaan.

Bestrijding van insecten

Schade door ondergrondse insecten kunt u beheersen door te kiezen voor pillenzaad met Force (10 g tefluthrin). Dit middel werkt alleen tegen de insecten die de suikerbiet in de grond aantasten en niet tegen vliegende insecten, zoals bladluizen! Ook is de werking op bodeminsecten minder goed dan van het speciaal pillenzaad dat tot vorig jaar kon worden ingezet.
In het kader is te zien in welke gebieden pillenzaad met Force geadviseerd wordt. Aangezien de werking minder is dan van speciaal pillenzaad is het belangrijk om percelen met een zeer hoge insectendruk te vermijden: op deze percelen zal de werking van Force onvoldoende zijn. Indien op een perceel de schadedrempels van stengelaaltjes, wortelknobbelaaltjes of trichodoriden worden overschreden en Vydate 10G in de zaaivoor wordt toegepast, dan kan Force in de meeste gevallen achterwege gelaten worden. Dit geldt echter niet voor percelen waar ook ritnaalden en/of emelten aanwezig zijn. Bovengrondse insecten, zoals tripsen, vluchten van bietenkevers en bietenvliegen dienen bestreden te worden met een bespuiting (zie tabel 5).

     

 

Aardappelstengelboorder

Aantasting door de aardappelstengelboorder kenmerkt zich door vraatgangen in de wortel in de buurt van slootkanten, waardoor planten kunnen wegvallen. Tot het achtbladstadium kunnen ze schade doen. Zodra er aantasting is, pas dan op dat deel van het perceel Sumicidin Super toe.

 

Aardvlo

Dit kevertje vreet kleine gaatjes in de kiembladeren en in de eerste echte bladeren van de bietenplant. Bestrijden is meestal niet nodig. Doordat aangetaste planten gevoeliger zijn voor herbiciden, dient gekozen te worden voor een lage LDS dosering.


Figuur 1 Een aardvlo. Pillenzaad met Force heeft hier geen werking op.

Bietenkevertje

Bietenkevertjes (3 mm lang) vreten aan de wortels en de stengel, waardoor kleine ronde gaatjes of vlekjes ontstaan en planten kunnen wegvallen (figuur 2). Ze komen voor op klei- en lössgronden en veroorzaken de meeste schade op percelen biet-op-biet of biet--naast-biet. Ondergrondse schade is te beperken door bietenzaad met Force te gebruiken. Zodra temperaturen boven 15 °C komen, dan kunnen vluchten van bietenkevers worden waargenomen. Pyrethroïden hebben enige werking op deze bovengrondse bietenkevers als de luchtvochtigheid tijdens de bespuiting hoger is dan 90%. Anders heeft een bespuiting geen effect.


Figuur 2 Vanaf 15 °C kunnen bietenkevers ook bovengronds schade aanbrengen. Pillenzaad met Force werkt daar niet tegen.

Bietenvlieg

De bietenvlieg komt op alle grondsoorten voor, maar veroorzaakt met name schade in de kust-provincies. De larve van de bietenvlieg veroorzaakt mineergangen in het blad. De bietenvlieg heeft drie generaties per jaar. De eerste generatie veroorzaakt de meeste schade. In tabel 2 staat de bestrijdingsdrempel weergegeven. Ingrijpen is alleen rendabel op het moment dat de larven uit de eieren komen. Voor de eerste generatie is dit meestal in de 2e of 3e week van mei. Daarna is een bespuiting van de eerste generatie niet meer aan te raden. De 2e en 3e generatie van de bietenvlieg vinden plaats begin juni en eind augustus. Ingrijpen is alleen rendabel als er meer eieren op een plant zitten dan het kwadraat van het aantal bladeren. Zie ‘Bestrijding van insecten’ voor informatie over de middelen.


Figuur 3 Eitjes van bietenvliegen, op de onderkant van het blad, tellen in het jonge plantstadium is weer belangrijk geworden sinds het verbod op nenoicotinoide. Pillenzaad met Force werkt daar niet tegen.

Bladluis

De zwarte bonenluis veroorzaakt zuigschade aan bieten, terwijl de groene perzikbladluis en de sjalottenluis vergelingsziekte kunnen overbrengen. Een bespuiting is pas zinvol als de bestrijdingsdrempels worden overschreden (tabel 3 en 4). Daarom is wekelijks bladluizen tellen in een perceel essentieel. Een bespuiting kan worden uitgevoerd met UPL Pirimicarb, Pirimor, Teppeki, Bariard of Calypso. Zet Teppeki, Pirimor of UPL Pirimicarb pas vanaf half mei in; ze sparen meer natuurlijke vijanden dan Bariard en Calypso. Boven-dien werkt Teppeki beter als de planten al wat groter zijn  en heeft Pirimor of UPL pirimicarb hogere temperaturen en dampwerking nodig.

Het heeft geen zin om Teppeki, Pirimor of UPL Pirimicarb in te zetten indien ook pyrethroïden tegen andere insecten gespoten worden, omdat pyrethroïden geen natuurlijke vijanden sparen.

Insecticiden breken sneller af bij warm en zonnig weer en daarom is het aan te bevelen om in de avonduren een bestrijding uit te voeren met veel water.




Emelt

Emelten veroorzaken vraatschade aan kiemplanten en plantwegval. Pillenzaad met Force geeft wel enige, maar onvoldoende bescherming. Vydate 10G in de zaaivoor heeft een aanvullende, maar slechts redelijke werking. Probeer dus te voorkomen dat er grasachtigen op het perceel staan wanneer de langpootmug haar eieren afzet (zie www.irs.nl/bodemplagenschema).

Miljoen- en wortelduizendpoot

Op zwaardere klei- of lössgronden met veel humus kunnen miljoen- en wortelduizend-poten schade veroorzaken aan jonge bietenplanten. Schade treedt vooral op bij percelen met een los zaaibed, bij diep zaaien en een trage opkomst. Pillenzaad met Force beperkt schade.

Ritnaald

Ritnaalden komen vooral voor op gescheurd grasland in het tweede jaar na het scheuren en kunnen stengels en wortels van jonge bieten tot het vier- tot zesbladstadium doorbijten. Door een halve aardappel 20 cm in de grond in te graven en twee weken later weer op te graven, krijgt u inzicht of u schade kunt verwachten. Dit is het geval als boorgaten van ritnaalden in deze aardappel zichtbaar zijn. Pillenzaad met Force beperkt schade.

Rups

In de zomer kunnen verschillende soorten rupsen aan de bladeren vreten. Bestrijding is mogelijk met deltamethrin, maar is pas nodig wanneer 30% van het bladoppervlak dreigt te worden weggevreten.

Springstaart (bovengrondse)

Bovengrondse springstaart veroorzaakt schraap-vraat en kleine gaatjes aan kiembladeren en eerste echte bladeren (figuur 4). Hierdoor kunnen er kleine bladmisvormingen ontstaan. Bestrijden is niet nodig.


Figuur 4 Bovengrondse springstaarten kunnen massaal aanwezig zijn in suikerbieten. Hierdoor ontstaan kleine ronde gaatjes in de bladeren, maar dit leidt niet tot schade.

Springstaart (ondergrondse)

Ondergrondse springstaarten vreten aan het kiemende zaad en veroorzaken daardoor langgerekte vraatplekken aan de kiemwortel. Niet te diep en niet te vroeg zaaien op een stevige ondergrond kan al veel schade voorkomen. Pillenzaad met Force beperkt schade. Zie ‘Bestrijding van insecten’ voor informatie over de middelen.

Trips

Tripsen veroorzaken aantasting aan kiemplanten en planten in het tweebladstadium (figuur 5). Dit gebeurt met name op kleigronden bij droog en schraal weer op percelen met vlas of erwten als voorvrucht. Bestrijding is mogelijk met deltamethrin (diverse merken), Karate Zeon, Ninja of Sumicidin Super. Zie ‘Bestrijding van insecten’ voor informatie over de middelen.


Figuur 5 Rechts twee planten die zijn aangetast door trips, links een gezonde plant. Doordat tripsen de cellen leegzuigen blijven planten achter in groei en zijn balderen misvormd. Force werkt daar niet tegen.

Wants

In de buurt van bomen of singels kan schade door wantsen voorkomen. Als ze jonge planten aanprikken kan meerkoppigheid ontstaan. Bij oudere planten ontstaan vaak gele bladtoppen. Bestrijden is niet mogelijk.

Infectiewaarden bladschimmels

De infectiewaarden van onderstaande bladschimmels kunt u per regio bekijken. 

CERCOSPORA
STEMPHYLIUM

Lees meer over deze infectiewaarden in het bericht van Suiker Unie.

Bladschimmelwaarschuwing

De rode gebieden zijn gewaarschuwd door de bladschimmelwaarschuwingsdienst. Klik op het gebied om de waarschuwing te lezen. Klik hier om de kaart te openen.
Meer informatie over bladschimmels vindt u ook op de bladschimmelpagina

Bladluiswaarschuwingskaart

De bladluiskaart geeft inzicht in de overschrijding van schadedrempels op bietenpercelen in Nederland. Doel hiervan is schade door vergelingsziekte te beperken. Klik op de kaart om de pagina te openen.
Wordt de kaart niet goed weergegeven, klik dan op deze link.

GewasBeschermingsBulletin suikerbieten

De voorlichtingsboodschap gewasbescherming suikerbieten 2019 is als bijlage bij Cosun Magazine verschenen. Hij is ook dynamisch op de site en in de IRS-app. Als pdf is hij ook beschikbaar. 

Toelatingssituatie

De lijst van in suikerbieten toegelaten gewasbeschermingsmiddelen is geactualiseerd en is te raadplegen op onder andere de IRS-site: www.irs.nl/toelatingssituatie. Deze lijst wordt geactualiseerd door de BO Akkerbouw.