Chemische onkruidbestrijding Pagina printen

 

Vóór zaaibedbereiding
Na zaai
Wanneer bodemherbicide inzetten?
Na opkomst
Zaadonkruiden
Wortelonkruiden
Aardappelopslag
Grasachtige onkruiden
Conviso Smart systeem

Chemische onkruidbestrijding

Chemische onkruidbestrijding vindt bij suikerbieten plaats voor de zaaibedbereiding, na zaai en na opkomst van de bieten.

Vóór zaaibedbereiding

Onkruidbestrijding in bieten is alleen succesvol bij klein onkruid. Begin daarom met een schone lei en bestrijd grote(re) onkruiden vóór de zaaibedbereiding met glyfosaat. Voorkom structuurschade bij deze toepassing door te wachten totdat de grond berijdbaar is.

Na zaai

Het spuiten van een bodemherbicide direct of kort na het zaaien kan het aantal onkruiden na opkomst van de bieten beperken en de groei van onkruiden vertragen, waardoor de na-opkomstbestrijding eenvoudiger kan zijn. Bij een goede werking van bodemherbiciden kan soms een na-opkomstbespuiting worden bespaard. Voorwaarde hiervoor is de beschikbaarheid van voldoende vocht. Geadviseerd wordt om te spuiten op vochtige grond; bij droge grond is het beter om, indien mogelijk, de bespuiting een paar dagen uit te stellen. Met name op zandgronden droogt de toplaag snel uit, waardoor de werking van bodemherbiciden tegen kan vallen. Ook op gronden met een hoog organisch stofgehalte (hoger dan ongeveer 5%) werken bodemherbiciden doorgaans slecht. Vandaar het advies om op deze gronden de onkruiden alleen na opkomst van de bieten te bestrijden.

Wanneer bodemherbicide inzetten?

Voor een effectieve bestrijding van sommige probleemonkruiden, met name bingelkruid, hondspeterselie en kamille, is het advies om direct na zaai een bodemherbicide toe te passen. Wanneer kamille verwacht wordt: spuit na het zaaien 2 liter per hectare Goltix SC of Bettix SC. De kans op kamille is het grootst bij vroege zaai. Bij laat zaaien neemt de noodzaak van een bodemherbicide voor opkomst tegen kamille af. Als hondspeterselie wordt verwacht, is het advies Centium 360 CS, Goltix Queen of Kezuro voor opkomst te gebruiken. Spuit direct na zaai maximaal 100 milliliter (0,1 liter) per hectare Centium 360 CS. Bij natte en koude omstandigheden en een laag organisch stofgehalte (minder dan circa 2,5%) wordt 50 tot 70 milliliter per hectare Centium 360 CS aanbevolen. Onder deze omstandigheden kunnen hogere doseringen (bijvoorbeeld door overlappingen) leiden tot ernstige groeiremming of zelfs plantwegval. Ook onder groeizame omstandigheden is na toepassing van Centium 360 CS bijna altijd enige mate van witverkleuring van het blad zichtbaar. Witverkleuring van de bieten leidt niet tot opbrengstderving. Ten opzichte van metamitron heeft Centium 360 CS een betere werking op hondspeterselie, bingelkruid, kleefkruid, varkensgras en zwaluwtong. De werking tegen kamille en uitstaande melde is verwaarloosbaar. Wanneer ook kamille verwacht wordt, meng dan Centium 360 CS met Goltix SC of Bettix SC. Wanneer u een hoge bezetting van hondspeterselie en bingelkruid verwacht, dan kan voor opkomst ook met Goltix Queen worden gespoten (maximale dosering is 3 liter per hectare) of Kezuro (maximale dosering is 3,5 liter per hectare).
De meerwaarde van het gebruik van een bodemherbicide na zaai is in tabel 9 samengevat.

Tabel 9 Meerwaarde van toepassing van bodemherbicide na zaai van het gewas in aanbevolen dosering op moeilijk te bestrijden onkruiden.

Na opkomst

Bij de onkruidbestrijding na opkomst van de bieten maken we onderscheid in zaadonkruiden, wortelonkruiden, aardappelopslag en grasachtige onkruiden. Conviso Smart systeem wordt separaat weergegeven.

Zaadonkruiden

Standaard is het lage doseringensysteem (LDS), bestaand uit lage doseringen fenmedifam, ethofumesaat, metamitron en plantaardige olie. Gebruik vanuit het oogpunt van milieu geen minerale olie. Plantaardige olie is veel minder milieubelas- tend doordat het biologisch afbreekbaar is in de grond. In het LDS kan gekozen worden voor losse componenten of combinatieproducten.
Metamitron (Goltix SC of Bettix SC) is een breedwerkend en gewasveilig herbicide in het LDS. Quinmerac toegevoegd aan metamitron (Goltix Queen/Kezuro) versterkt de werking op bingelkruid, duivenkervel en hondspeterselie. Vervanging van metamitron in het LDS door Dual Gold 960 EC of Frontier Optima wordt alleen aanbevolen wanneer er geen of weinig meldensoorten voorkomen, bovendien kunnen beide herbiciden pas vanaf het tweebladstadi- um van de bieten worden ingezet.

Spuit op klein onkruid

Voor een effectieve bestrijding is het belang- rijk om het onkruid zo vroeg en klein mogelijk (kiembladstadium) te bestrijden, ongeacht het stadium van de bieten. Voer de bespuitingen uit op een droog gewas, bij voorkeur ’s avonds of ’s ochtends vroeg. Vooral als de onkruiden afgehard zijn is het van belang dat op moment van spuiten de relatieve lucht- vochtigheid hoog is (meer dan 80%).

Verhoog dosering

Een lage dosering in het LDS is 0,5 liter per hectare van elk middel, namelijk 0,5 fenme- difam (160 g/l) + 0,5 metamitron + 0,5 ethofumesaat (200 g/l) + 0,5 plantaardige olie. LDS kan bestaan uit losse componenten of uit combinatieproducten. Mocht het, bijvoorbeeld door weersomstandigheden, niet gelukt zijn om de onkruiden in het kiemblad te bestrijden, dan is het vaak nodig om de dosering te verhogen. Vanaf het gestrekte kiembladstadium van de bieten kunt u de LDS-dosering met 50% en vanaf het tweebladstadium met 100% verhogen.
Onder droge omstandigheden laat voornamelijk melganzenvoet zich lastig bestrijden. Verhogen van de dosering fenmedifam en plantaardige olie is onder deze omstandigheden aan te raden.

Tabel 10 Toevoegen middel in gangbare dosering aan standaard LDS-combinatie.

Lastige onkruiden

Voor moeilijk te bestrijden onkruiden kunt u een extra middel aan de LDS-combinatie toevoegen. U kunt dan kiezen voor Centium 360 CS, Dual Gold 960 EC, Frontier Optima, Safari, Safari Duoactive, Tanaris of Lontrel 100 (zie tabel 10). In verband met gewasvei- ligheid worden de middelen Centium 360 CS, Dual Gold 960 EC, Frontier Optima en Tanaris pas vanaf het tweebladstadium van de suikerbieten geadviseerd. Daarnaast is voor Centium 360 CS, Frontier Optima en Tanaris nog een aanbevolen dosering per bladstadi- um van het gewas meegegeven, om deze middelen zo veilig mogelijk in te zetten. Dual Gold 960 EC mag niet op zandgronden worden ingezet. 

In tabel 12 staat de gevoeligheid van onkruiden in het kiembladstadium voor de verschillende na-opkomstcombinaties in het LDS. De kolom ‘LDS’ geeft de gevoeligheid van de onkruiden aan voor de standaard LDS-combinatie. Bij de overige kolommen wordt de mogelijke meerwaarde van het toevoegen van een specifiek middel aangegeven.

In tabel 13 staan de in de bietenteelt gangbare, toegelaten onkruidbestrijdingsmiddelen (situatie op 01-02-2021).
In deze tabel is tevens opgenomen hoe vaak u het betreffende middel in na-opkomst LDS-bespuitingen mag toepassen, welke maximale dosering is toegestaan en welke minimale interval u tussen twee bespuitingen moet aanhouden. Indien extra driftreducerende technieken bij de toepassing verplicht zijn (DRT), wordt voor extra informatie verwezen naar het etiket en/of de CTGB site (ctgb.nl). Dit geldt ook, indien van toepassing, voor de teeltvrije zone. Tevens staat vermeld of het middel mag worden toegepast in grondwaterbeschermingsgebieden, eventueel met restrictie in een bepaalde periode. Indien van toepassing is ook de veiligheidstermijn tussen de laatste bespuiting en de oogst gegeven.

In tabel 11 staan de kleurcodes voor de milieubelastingspunten van de herbiciden bij twee organische stofgehalten en de prijzen. Voor de berekening is gebruik gemaakt van de laatste versie van de milieumeetlat (18 maart 2020) van het Centrum voorLandbouw en Milieu (CLM). Streef daarbij naar een minimaal aantal punten per categorie (waterleven, bodemleven en grondwater).

Tabel 11 Overzicht aantal mogelijke herbicidentoepassingen (kg of l product per hectare), prijzen (exclusief BTW) en milieubelastingspunten bij twee organische stofgehalten van de bodem

 

Tabel 12 Gevoeligheid onkruiden in het kiemplantstadium voor verschillende LDS combinaties

Tabel 13 Informatie gangbare, toegelaten herbiciden

Alternatief voor wegvallen desmedifam

Het gebruik van desmedifam-bevattende middelen is niet meer toegelaten in de Europese Unie. Deze werkzame stof zat onder andere in het middel Betanal maxxPro. Desmedifam had een brede onkruidwerking, maar was specifiek zeer goed werkzaam tegen papagaaienkruid, herik en koolzaadop- slag. Indien één van deze onkruiden voor- komt, is het raadzaam om aan het standaard LDS een middel met daarin de werkzame stof triflusulfuron-methyl (Safari, Shiro, Safari Duoactive) toe te voegen.


Figuur 28 Herik

Onkruidbieten

Na de teelt van suikerbieten kunnen de bietenkoppen soms gaan uitlopen. Met name in percelen zonder kerende grondbewerking, bijvoorbeeld na spitten of woelen, zijn na de oogst deze onkruidbieten terug te vinden. Indien dan tarwe wordt gezaaid, kan bieten- opslag voorkomen. Vanuit het oogpunt van virus- en luisbestrijding in het kader van vergelingsziekte, moeten deze onkruidbieten vroeg in het voorjaar worden bestreden. De gangbare ALS-remmers (zoals Atlantis Star, Capri Twin) zijn zeer effectief tegen standaard onkruidbieten. Helaas zijn deze middelen niet werkzaam tegen ALS- tolerante bietenrassen van het Conviso Smart-systeem. De ALS-tolerante onkruidbieten kunnen met de toepassing van groeistoffen, met name Starane Top en U46 MCPA, worden bestreden.


Figuur 29 Onkruidbiet in graan

Opgebruik aantal middelen in 2021

De Europese registratie van het grassen- bestrijdingsmiddel Gallant 2000 (haloxyfop- R-methyl) is vervallen, de aflevertermijn is 30 juni 2021 en de opgebruiktermijn 31 augustus 2021. Retengo Plust: opgebruiken tot 21-10-2021. 

Wortelonkruiden

Zodra de akkerdistels, melkdistels en klein hoefblad boven staan en blad vormen kunt u 0,5 liter per hectare Lontrel 100 of een ander clopyralid bevattend middel aan het LDS toevoegen. Doe dit onder groeizame omstandigheden (dunne waslaag, hoge temperatuur en hoge RV). Bij de bestrijding van wortelon- kruiden is het belangrijk dat deze goed aan de groei zijn. Pas clopyralid daarom niet toe binnen tien dagen na gebruik van Safari of Safari Duoactive, vanwege de kans op slechtere werking bij de bestrijding van distels. Indien nodig kan deze bespuiting twee keer worden herhaald.

Een andere mogelijkheid is om één keer een aparte bespuiting uit te voeren met maxi- maal 1,2 liter per hectare Lontrel 100 + 1,0 liter per hectare plantaardige olie. Dit kunt u doen tot het acht- tot tienbladstadium van de bieten. Dit is het stadium waarbij de bladeren elkaar in de rij nog niet raken, meestal in de tweede helft van mei. Vanwege parapluwerking van de bieten neemt daarna de effectiviteit van de bespuitingen af. Bij een aparte toepassing heeft pleksgewijze bestrijding met (rug)spuit de voorkeur. Overschrijd daarbij niet de wettelijke toegestane dosering. .

Aardappelopslag: voorkomen is beter dan bestrijden

Aardappelopslag: voorkomen is beter dan bestrijden
Aardappelopslag kan (grotendeels) worden voorkomen door geen aardappelen direct voorafgaand aan de bieten te telen. Vermindering van aardappelopslag wordt ook bereikt door de rooiverliezen bij de aardap- peloogst te beperken en/of het aardappelgewas te bespuiten met maleinehydrazide (Royal MH of Crown MH). Houd de achterblijvende aardappelen aan de oppervlakte door een niet-kerende grondbewerking uit te voeren. 

Aardappelopslag in bieten geeft concurrentie en vormt al snel nieuwe knollen. Hierdoor kunnen aardappelcystenaaltjes zich blijven vermeerderen. Verder kan aardappelopslag een besmettingsbron zijn voor Phytophthora infestans en kunnen virussen en insecten (onder andere de coloradokever) zich vermeerderen. Bestrijd daarom tijdig aardappelopslag! 

Aardappelopslag wordt het beste met glyfosaat bestreden
Hiervoor worden aanstrijkers gebruikt of hand-apparatuur, zoals een Selector bij een lage bezetting. Lees zorgvuldig het Wettelijk Gebruiksvoorschrift (WG) om na te gaan of en op welke wijze het glyfosaat-bevattende middel mag worden toegepast.

Andere chemische middelen, zoals Safari, Frontier Optima, Dual Gold 960 EC of clopyralid-bevattende middelen (o.a. Lontrel 100), geven onvoldoende bestrijding van aardappelopslag. Vaak zorgen deze middelen enkel voor verbranding en/of tijdelijke groeiremming van het aardappelloof. De knolvorming gaat bij deze middelen door. Uit fytosanitair oogpunt is het echter noodzakelijk dat ook de ondergrondse delen volledig worden bestreden. In het uiterste geval kunnen aardappelcystenaaltjes (Globodera pallida of G. rostochiensis) zich blijven vermeerderen en wordt het vruchtwisselingseffect geheel te niet gedaan. Zie ook www.irs.nl/aardappelopslag. 

Grasachtige onkruiden

Hanenpoot en straatgras zijn goed te bestrijden door aan de LDS-combinatie tijdig Dual Gold 960 EC, Frontier Optima of Tanaris toe te voegen. Spuit bij voorkeur voordat de grassen gekiemd zijn of uiterlijk direct na kieming. Voor een goede werking van deze bodemherbiciden is voldoende bodemvocht belangrijk.

Grassenbestrijdingsmiddelen in LDS-combinatie
Bij de bestrijding van de meeste grasachtige onkruiden is het mogelijk om aan de LDS- combinatie een verlaagde dosering van een grassenbestrijdingsmiddel toe te voegen (zie tabel 14). Doe dit alleen als de grassen in een jong groeistadium zijn, in elk geval voordat ze beginnen met uitstoelen en als de grassen niet geremd zijn door een voorafgaande bespuiting van bijvoorbeeld Safari of Centium 360 CS. In verband met kans op gewasscha- de geen grassenbestrijdingsmiddel toevoegen aan een LDS-combinatie met daarin Dual Gold 960 EC, Frontier Optima of Tanaris.

Grassenbestrijdingsmiddelen aparte toepassing
Een aparte bespuiting met een grassenbe- strijdingsmiddel wordt geadviseerd bij de bestrijding van straatgras, kweek en resis- tente duist. Dit advies geldt ook in het geval dat het niet gelukt is om tijdig te spuiten en de grassen zijn uitgestoeld. Vanaf uitstoeling wordt geadviseerd om de doseringen, met uitzondering van de doseringen tegen kweek en stuifdek gerst te verhogen. Doseringsverhoging is niet mogelijk voor Gallant 2000 vanwege de maximale dosering op het Wettelijk Gebruiksvoorschrift. Laat bij voorkeur minimaal drie dagen zitten tussen een LDS- en een aparte grassenbestrijding. 

In tabel 11 staan de kleurcodes voor de milieubelastingspunten van de grassenmiddelen, bij twee organische stofgehalten en bij een gangbare dosering (aparte bespuiting ter bestrijding van stuifdek gerst).

Tabel 14 Dosering (l/ha) van grassenbestrijdingsmiddel bij toepassing op niet-uitgestoelde grassen, bij toevoeging aan LDS-combinatie 

Conviso Smart systeem

Conviso Smart is een alternatief systeem voor onkruidbeheersing in suikerbieten. Hierbij zijn ALS-tolerante bietenrassen (genaamd: Smart) ontwikkeld, waarin het middel Conviso One (ALS-remmer) ingezet kan worden. Voor 2021 zijn diverse ALS-tolerante bietenrassen beschikbaar, met diverse resistenties. De opbrengsten van deze rassen zijn momenteel nog lager dan vergelijkbare niet-ALS-tolerante rassen.

Conviso One laat een goede bestrijding zien op veel breedbladige en grasachtige onkruiden. Aangezien bij het gebruik van ALS-remmers een verhoogd risico is op resistentie van onkruiden, is preventie van resistentieontwikkeling belangrijk. Effectieve maatregelen tegen resistentie van onkruiden in het bouwplan zijn onder andere het afwisselen of mengen van herbiciden van verschillende chemische groepen, gewasrotatie, concurrerende gewassen en mechanisch wieden daar waar mogelijk.

Het advies is om Conviso One twee keer toe te passen. Beide keren in de volgende combinatie: 0,5 liter per hectare Conviso One, 0,5-1 liter per hectare fenmedifam (o.a. Corzal SE), 0,5-1 liter per hectare ethofumesaat (o.a. Tramat EC) en 1 liter per hectare plantaardige olie. Deze combinatie wordt geadviseerd om de werking te optimaliseren en vanwege resistentiemanagement. De eerste toepassing van Conviso One vindt plaats op basis van de ontwikkeling van de onkruiden. Leidend hierbij is de maximale grootte van de volgende onkruiden: melganzenvoet (maximaal 2-4 echte bladeren) of uitstaande melde (maximaal 2 echte bladeren). De tweede toepassing vindt 15 tot 30 dagen hierna plaats, het interval is afhankelijk van de effectiviteit van de eerste toepassing en de groeiomstandigheden van de onkruiden na de eerste toepassing.

Het is belangrijk te weten dat Conviso One alleen in een ALS-tolerant bietenras kan worden ingezet. Niet ALS-tolerante bietenrassen worden doodgespoten door Conviso One. Conviso One kan dus wel gebruikt worden voor het opruimen van niet-ALS-tolerante zaadbieten/onkruidbieten. Belangrijk blijft wel om alle ALS-tolerante schieters tijdig te verwijderen, aangezien die planten resistent zijn tegen veel ALS-herbiciden. Gerst als anti-stuifdek wordt door Conviso One bestreden. Een vroege bespuiting van Conviso One kan de functie tegen stuiven van gerst verminderen. In het algemeen wordt knolvorming van aardappelopslag onvoldoende bestreden.

Na de teelt van bieten, behandeld met Conviso One zijn in het kader van een normale vruchtopvolging de volgende teelten mogelijk (na een intensieve grondbewerking van minimaal 20 cm diep, bijv. ploegen of roterend spitten): aardappelen, winter- en zomertarwe, winter- en zomergerst, koolzaad, zonnebloem, maïs, suikerbiet, erwten, bonen, sojaboon, raaigras en mosterd (groenbemester).

GewasBeschermingsBulletin suikerbieten

De voorlichtingsboodschap gewasbescherming suikerbieten 2021 is als bijlage bij Cosun Magazine verschenen. Hij is ook dynamisch op de site en in de IRS-app. Als pdf is hij ook beschikbaar. 

Bladluiswaarschuwingskaart

De bladluiskaart geeft inzicht in de overschrijding van schadedrempels op bietenpercelen in Nederland. Doel hiervan is schade door vergelingsziekte te beperken. Klik op de kaart om de pagina te openen.

Wordt de kaart niet goed weergegeven, klik dan op deze link.

Cichorei

Naast de suikerbietenteelt is het IRS ook actief in onderzoek en voorlichting voor de cichoreiteelt. Het onderzoek is onder andere gericht op de onkruidbestrijding, rassen en zaadkwaliteit. Alle informatie over de cichoreiteelt, zoals actuele berichten en teeltinformatie, is te vinden op www.cichorei.nl.

Toelatingssituatie

De lijst van in suikerbieten toegelaten gewasbeschermingsmiddelen is geactualiseerd en is te raadplegen op onder andere de IRS-site: www.irs.nl/toelatingssituatie. Deze lijst wordt geactualiseerd door de BO Akkerbouw.