Bladschimmels Pagina printen

 

Cercospora
Stemphylium
Ramularia
Roest
Valse meeldauw
Echte meeldauw
Overige bladziekten

Bladschimmels

In suikerbieten komen diverse bladschimmels voor die schade kunnen doen. Dit zijn cercospora, stemphylium, ramularia, meeldauw en roest. Bij een ernstige aantasting van het blad sterft het loof versneld af en dalen het suikergehalte en het wortelgewicht. Voor de bestrijding zijn diverse fungiciden toegelaten (zie tabel 7). De eerste behandeling moet plaatsvinden bij het verschijnen van de allereerste vlekjes in uw gewas. Controleer uw bieten daarom regelmatig vanaf de gewassluiting, meestal circa half juni. Om u er op te attenderen uw perce(e)l(en) te controleren stuurt de bladschimmelwaarschuwingsdienst u een sms-bericht wanneer er in uw regio op twee percelen bladschimmels gevonden zijn. Ook zijn de infectiekansen voor cercospora en stemphylium via het Bieten Advies Systeem (BAS) op het ledenportaal en www.irs.nl informatie inzichtelijk, gemeten via een landelijk netwerk van sensoren in suikerbietenpercelen. Voor het beste resultaat is het nodig om uw perce(e)l(en) te controleren en pas een bespuiting uit te voeren als u de eerste aantasting door bladschimmels heeft aangetroffen. Preventief spuiten heeft geen zin en is gevaarlijk voor resistentie-ontwikke- ling. Bij een te late bestrijding is de aantasting veel moeilijker in de hand te houden. Wissel middelen met verschillende triazolen en strobilurines af om resistentievorming van bladschimmels te voorkomen. Houd rekening met de veiligheidstermijn van de middelen voor het oogsten van de bieten. De toegepaste middelen werken niet langer dan drie tot vier weken. Voor een effectieve bestrijding is het verstandig om ook na een bespuiting wekelijks op bladschimmels te blijven controleren en vervolgens te spuiten als er nieuwe vlekken zichtbaar zijn. Houd tijdens het seizoen de website van het IRS (www.irs.nl/bladschimmel) in de gaten voor de meest recente informatie.


Tabel 7 Fungiciden voor de bestrijding van bladschimmels*

Voor meer informatie over de toegelaten middelen, prijzen, milieubelastingspunten, zie ‘toegelaten middelen tegen ziekten en plagen in suikerbieten’

Cercospora

De schimmel Cercospora beticola kan in suikerbieten tot 40% schade doen. Deze schimmel ontwikkelt zich het beste bij hoge luchtvochtigheid (RV >96%) en hoge temperaturen (23-27?C). Voor de bestrijding van cercospora gelden een aantal extra aanbevelingen van het Fungicide Resistance Action Committee (FRAC). Om resistentie tegen strobilurinen tegen te gaan is het nodig om middelen die strobilurinen bevatten (Sphere, Retengo Plust en Bicanta) maximaal 50% van het aantal bespuitingen in te zetten en mag er maar twee maal in het seizoen een middel worden gespoten dat strobiluri- nen bevat (zie tabel 7). Wissel middelen met verschillende werkzame stoffen zoveel mogelijk af in opeenvolgende bespuitingen en seizoenen om te voorkomen dat resisten- tievorming onbeheersbaar wordt. Ook in geval van verminderde gevoeligheid van isolaten is het belangrijk om de beschikbare middelen maximaal af te wisselen. Vermijd bij aantasting door cercospora bij de eerste bespuiting een middel dat een strobilurine bevat. Voeg om de werking van middelen te versterken Promotor (0,4 l/ha) toe. Blijf wekelijks controleren en voer een vervolgbe- spuiting uit wanneer de cercosporavlekken zich uitbreiden, ook al is dat kort na de vorige bespuiting! Kies bij een vervolgbe spuiting altijd voor een ander middel (met andere werkzame stoffen) dan die bij de vorige bespuiting zijn gebruikt. 


Figuur 13
Zware aantasting door cercospora zorgt voor het afsterven van het loof. Door verminderde fotosynthesecapaciteit en hergroei van nieuw blad kan de schade oplopen tot een ca. 40% lagere suikeropbrengst. 

Stemphylium

Stemphylium (Stemphylium beticola) ontwikkelt zich het beste over een breed temperatuurtraject (13-23°C) bij heel hoge luchtvochtigheid (circa 100%) of lange bladnatperioden. Voor de bestrijding van stemphylium is er een specifiek middelenadvies. Op proefvelden is een goede nevenwerking van Retengo Plust en Spyrale en een matige nevenwerking van Sphere gevonden. Bestrijding is nodig vanaf de allereerste vlekjes. Stemphylium kan tot 40% schade veroorzaken in suikerbieten.

Figuur 15 Bladvlekken veroorzaakt door de bacterie pseudomonas lijken sterk op de vlekken veroorzaakt door cercospora en de oudere vlekken van stemphylium. Gebruik een loep om de bladschimmels van pseudomonas te onderscheiden. Kenmerkend voor een zwaarder aangetast blad met pseudomonas is de rode rand om het blad.

Ramularia

Ramularia beticola ontwikkelt zich het beste bij hoge luchtvochtigheid (RV >95%) en koel (16-18ºC) weer. De schade kan 10-15% bedragen. Alle toegelaten fungiciden hebben een goede werking tegen ramularia.

Roest

In suikerbieten wordt roest veroorzaakt door de schimmel Uromyces betae. Deze schimmel kan 5-10% schade veroorzaken en ontwikkelt zich het beste bij een hoge luchtvochtigheid en koeler (15-22°C) weer. Alle toegelaten fungiciden hebben een goede werking tegen roest.

Echte meeldauw

De echte meeldauw in suikerbieten wordt veroorzaakt door Erysiphe betae. Deze schimmel kan 5-10% schade veroorzaken en ontwikkelt zich het beste bij droog (RV 30-40%) en warm (25-30ºC) weer. Van de toegelaten fungiciden hebben Borgi/Score 250 EC/Mavita 250 EC en Difure Solo een iets minder goede werking. De overige toegelaten fungiciden hebben allen een goede werking tegen echte meeldauw.

Valse meeldauw

Na de gewassluiting kan valse meeldauw (Peronospora farinosa) optreden. Doorgaans betreft het één of enkele planten op een perceel, soms worden grote plekken of perceelsgedeelten aangetast. Bij aantasting door valse meeldauw krullen de hartbladeren naar beneden om, zijn gekroesd, dikker en grijsgroen verkleurd. Later worden ze zwart en sterven af. De buitenste bladeren kleuren geel. Vooral op de onderkant van het hartblad is een dikke grijze donslaag van sporen te zien. De schimmel gedijt goed bij hoge luchtvochtigheid (tot 90%) en lage temperaturen (tot 15°C). Hij kan bieten-, spinazie- en chenopodiumsoorten aantasten. Valse meeldauw is niet te bestrijden, omdat er geen middelen zijn toegelaten. Meestal beperkt de aantasting zich tot enkele planten of plekken op het perceel. Dan is de schade niet noemenswaardig.

Overige bladziekten

In de loop van het seizoen komen, vaak na zware regen- of hagelbuien, nog andere bladziekten voor, zoals de schimmel alternaria en de bacterie pseudomonas. Bestrijding van aantasting veroorzaakt door pseudomonas is niet mogelijk omdat pseudomonas een bacterie is. Bestrijding van alternaria is niet nodig. Alternaria is een secundaire ziekteverwekker, wanneer de eerste (primaire) oorzaak wordt verholpen (bijv. magnesiumgebrek) verdwijnt ook de aantasting door alternaria.

GewasBeschermingsBulletin suikerbieten

De voorlichtingsboodschap gewasbescherming suikerbieten 2020 is als bijlage bij Cosun Magazine verschenen. Hij is ook dynamisch op de site en in de IRS-app. Als pdf is hij ook beschikbaar. 

Vacature

Ben jij die Junior onderzoeker/data-analist die we zoeken? Bekijk de vacature en reageer!
En wie weet verwelkomen we jou in ons enthousiaste team!

Toelatingssituatie

De lijst van in suikerbieten toegelaten gewasbeschermingsmiddelen is geactualiseerd en is te raadplegen op onder andere de IRS-site: www.irs.nl/toelatingssituatie. Deze lijst wordt geactualiseerd door de BO Akkerbouw.  

Cichorei

Naast de suikerbietenteelt is het IRS ook actief in onderzoek en voorlichting voor de cichoreiteelt. Het onderzoek is onder andere gericht op de onkruidbestrijding, rassen en zaadkwaliteit. Alle informatie over de cichoreiteelt, zoals actuele berichten en teeltinformatie, is te vinden op www.cichorei.nl.