IRS Logo - Home
 
HomeNieuwsBetakwik is een teeltbegeleidingsprogramma voor suikerbietenBetatip bevat handleidingen voor de suikerbietenteeltPublicatiesOver IRSLinksVraagbaakStudiegroepenEnglish version

Hoe werkt dit?

Bladschimmel
situatie








 Openen >>
Hoge opbrengstvoorspelling suikerbieten toch nog te laag
[Datum: 03-02-2010 / Interessegebied(en): Groeiverloop en opbrengstprognose]

De hoge voorspelling van de opbrengst bij suikerbieten door de groeimodellen van IRS en Suiker Unie was toch nog lager dan de werkelijk gerealiseerde opbrengsten. De half augustus vorig jaar voorspelde 12,6 ton suiker per hectare gaf aan dat er een recordoogst aan zat te komen. Toch bleek deze prognose zelfs 1,4 ton (10%) minder dan de uiteindelijk gerealiseerde gemiddelde opbrengst van 14,0 ton suiker per hectare. De prognose van de wortelopbrengst was 4,4 ton per hectare (6%) lager.

Voor een deel is de te lage prognose te verklaren uit de bovengemiddelde groei tussen half augustus en het einde van de campagne als gevolg van goede weeromstandigheden. Dat was in augustus nog niet te voorzien. Daarnaast moeten de modellen de groei onderschat hebben, want ook op de laatste prognosedatum eind oktober was de verwachte suikeropbrengst nog steeds 6% lager dan de werkelijke opbrengst. Dat de afwijking bij het suikergewicht groter is dan bij het wortelgewicht komt door het hoge suikergehalte van deze campagne. De gehele campagne bleef het gehalte ruim boven de 17%: het begon de eerste week op 17,3% en eindigde in de laatste week op 17,2%. Het gemiddelde gehalte over alle leveringen was 17,7%.

Tabel. Vergelijking van de werkelijk gerealiseerde opbrengsten met de prognose medio augustus van de wortel- en suikeropbrengst in Nederland. Periode 1989-2009.  

jaar

wortelopbrengst
(t/ha)

suikeropbrengst
(t/ha)

 

prognose* medio augustus

werkelijk

verschil

prognose * medio augustus

werkelijk

verschil

1989

62,0

62,1

-0,1

9,9

9,8

0,1

1990

63,5

69,1

-5,6

10,3

10,6

-0,3

1991

54,0

57,8

-3,8

8,4

9,0

-0,6

1992

70,5

65,4

5,1

10,6

10,0

0,6

1993**

69,0

61,7

7,3

10,7

10,1

0,6

1994

57,0

53,5

3,5

9,1

8,8

0,3

1995

57,5

56,5

1,0

9,4

9,0

0,4

1996

56,6

56,0

0,6

9,1

9,3

-0,2

1997

60,2

59,7

0,5

9,6

9,5

0,1

1998**

56,4

51,1

5,3

9,1

8,0

1,1

1999

59,4

61,6

-2,2

9,4

9,8

-0,4

2000

64,1

61,0

3,1

10,0

9,8

0,2

2001

56,5

56,6

-0,1

9,0

9,1

-0,1

2002

62,8

60,0

2,8

10,1

9,6

0,5

2003

69,3

62,9

6,4

11,2

10,8

0,4

2004

64,3

66,7

-2,4

10,4

10,8

-0,5

2005

60,7

66,1

-5,4

9,8

11,1

-1,3

2006

63,2

67,1

-3,9

10,5

10,9

-0,4

2007

69,3

64,0

5,3

11,3

11,1

0,2

2008

67,7

71,6

-3,9

11,2

12,3

-1,1

2009

74,8

79,2

-4,4

12,6

14,0

-1,4

*  Prognoses tot en met 1995 op basis van het groeiverlooponderzoek; van 1996-2008 met behulp van het groeimodel SUMO en vanaf 2009 met SUMO en groeimodel Suiker Unie .
**  In 1993 en 1998 is een aanzienlijk deel niet geoogst. De gegeven opbrengsten zijn gerealiseerd op de geoogste per­ce­len.
Bron: IRS en Suiker Unie.

Ook in 2008 was de prognose lager dan de werkelijke opbrengst. Voor een deel zijn daarvoor dezelfde verklaringen aan te voeren:

1.      Hogere productie en meer netto biet
Net als vorig jaar brak de suikerbietenoogst records. Eén van de redenen voor de hoge opbrengst in beide jaren is de bijzonder snelle beginontwikkeling vanaf het zaaien. Waarschijnlijk dat daardoor de plant eerder kon beginnen aan de productiefase. Daarnaast was er in beide jaren weinig sprake van langdurige droogte in de zomermaanden. Dit leidde tot een ongestoorde groei van het gewas en relatief weinig hergroei van blad, dat anders veel energie kost. De lage percentages koptarra duiden daar ook op. Ook een relatief lage ziektedruk door een betere bestrijding van bladschimmels kan een bijdrage hebben geleverd. Gebleken is bovendien dat er over het algemeen minder diep wordt gekopt, wat meer netto wortelopbrengst oplevert. Daarnaast is het rooitijdstip in de loop der jaren naar latere data verschoven. Tenslotte was de opbrengst hoger doordat een (klein) deel van de bieten in beide jaren nog kon profiteren van relatief hoge temperaturen tijdens de eerste weken van november.

2.      Hoog suikergehalte
De hoge suikergehalten gingen samen met zeer lage aminoN-gehalten. Dit hangt deels samen met de relatief droge omstandigheden in mei/juni (2008) en april/begin mei (2009). In de praktijk blijkt vaak dat, als het voorjaar relatief droog is, de bieten het profiel dieper doorwortelen. In combinatie met de goede bodemstructuur droeg dit bij aan de ontwikkeling van een sterk wortelstelsel. Hierdoor kon de biet beter voedingsstoffen opnemen, ook uit de ondergrond. Dit vormde een goede basis voor een hoge wortel­opbrengst. Door de diepe beworteling was mogelijk de N-voorraad in de ondergrond al vrijwel leeg, wellicht in 2008 geholpen door de vele neerslag in augustus. Voor het suiker- en aminostikstofgehalte is het positief als de biet vanaf augustus niet (veel) stikstof meer kan opnemen, vooral uit de ondergrond.

3.      Bewuster telen
De hoge opbrengsten hangen ook samen met de bewustere manier waarop telers met suikerbieten omgaan. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het grote aantal deelnemers van Unitip, toegenomen keuze voor dubbelresistente rassen, betere bladschimmelbeheersing en zorgvuldiger rooien. Hierbij speelt de snelle verspreiding van kennis via onder andere de IRS-site en studieclubs een belangrijke rol.

Vooral voor de verbeteringen in de teelt genoemd onder ad 3 zijn extra aanpassingen in de groeimodellen nodig.
Voor meer informatie over het groeimodel SUMO verwijzen we u naar Betatip hoofdstuk 7.2 Opbrengstprognose.
Deze informatie is blijvend te vinden op www.bietenstatistiek.nl (hoofdstuk 6, Opbrengstprognose IRS).



Contact: Noud van Swaaij

18-02-2009
IRS presentatie
22-06-2006
IRS Jaarverslag 2005
30-03-2006
Onderzoek biologische onkruidbestrijding in suikerbieten 2005
 

Disclaimer: ©2007 Stichting IRS, alle rechten voorbehouden. Overname toegestaan mits duidelijke bronvermelding IRS. Het IRS aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor directe dan wel indirecte schade veroorzaakt door het gebruik van informatie en voor directe dan wel indirecte schade veroorzaakt door eventuele gebreken, onvolledigheden of onvolkomenheden in de informatie vermeld op deze site.